KC16/23-0044
Non fondée
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Mesure d'ordre
ORDEMAATREGEL - WERK
Klager dient een klacht in tegen de ordemaatregel tot afzetting werk.
Indien de directeur een gedetineerde wil ontslaan, moet hij de dienstnota volgen. Deze dienstnota bepaalt de exhaustieve gevallen waarin een ontslag mogelijk is. Eén van de gevallen is wanneer de gedetineerde niet langer geschikt is voor de arbeidspost. Deze beslissing dient enkel bij schriftelijke ordemaatregel te gebeuren wanneer de
gedetineerde hierom vraagt, met vermelding van de reden. De dienstnota verplicht de directeur niet om de gedetineerde voorafgaand aan zijn beslissing te horen. De gedetineerde kan ander werkkrijgen zodra ander passend werk voorhanden is, zonder achteraan op de wachtlijst te komen.
De verantwoordelijke van het naaiatelier heeft een rapport aan de directeur (RAD) opgemaakt om aan de directeur te melden dat hij klager voor de rest van de dag naar zijn cel had gestuurd nadat hij zonder zijn toestemming een nieuwe bundel had genomen terwijl klager nog niet klaar was met zijn andere bundel. De werkhuisverantwoordelijke had dit al driemaal verboden aan klager maar toch blijft hij zijn zin doen. De directeur nam kennis van het rapport waarna ze klager hoorde tijdens een gesprek.
De raadsman van klager meent dat de directeur een tuchtprocedure had moeten opstarten in plaats van een ordemaatregel tot ontslag te nemen. Er werd immers een RAD opgemaakt. De klachtencommissie is van oordeel dat zowel een observatienota als een rapport aan de directeur de bedoeling hebben om de directeur te informeren. Het is vervolgens aan de directie om te oordelen of het volgens haar noodzakelijk is om naar aanleiding van de gemelde informatie al dan niet een tuchtprocedure op te starten. Anders beslissen zou impliceren dat een belangrijk deel van de beslissingsbevoegdheid zou worden verlegd van de directeur naar de penitentiaire beambten, op basis van het formulier dat zij menen te moeten gebruiken.
In casu heeft de directie kennisgenomen van het RAD en de tewerkstellingsfiche van klager en beslist om geen tuchtprocedure op te starten maar om klager conform de dienstnota te ontslaan omdat zij meende dat zijn tewerkstelling niet langer opportuun was door de verschillende meldingen die over klager werden gemaakt, gedurende zijn verschillende arbeidsposten. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing van de directeur voldoet aan de voorwaarden uit de dienstnota en dat de beslissing bovendien niet onredelijk en onbillijk is, gelet op de verschillende waarschuwingen die klager heeft gekregen.
Om deze redenen is de klacht ongegrond.
Klager dient een klacht in tegen de ordemaatregel tot afzetting werk.
Indien de directeur een gedetineerde wil ontslaan, moet hij de dienstnota volgen. Deze dienstnota bepaalt de exhaustieve gevallen waarin een ontslag mogelijk is. Eén van de gevallen is wanneer de gedetineerde niet langer geschikt is voor de arbeidspost. Deze beslissing dient enkel bij schriftelijke ordemaatregel te gebeuren wanneer de
gedetineerde hierom vraagt, met vermelding van de reden. De dienstnota verplicht de directeur niet om de gedetineerde voorafgaand aan zijn beslissing te horen. De gedetineerde kan ander werkkrijgen zodra ander passend werk voorhanden is, zonder achteraan op de wachtlijst te komen.
De verantwoordelijke van het naaiatelier heeft een rapport aan de directeur (RAD) opgemaakt om aan de directeur te melden dat hij klager voor de rest van de dag naar zijn cel had gestuurd nadat hij zonder zijn toestemming een nieuwe bundel had genomen terwijl klager nog niet klaar was met zijn andere bundel. De werkhuisverantwoordelijke had dit al driemaal verboden aan klager maar toch blijft hij zijn zin doen. De directeur nam kennis van het rapport waarna ze klager hoorde tijdens een gesprek.
De raadsman van klager meent dat de directeur een tuchtprocedure had moeten opstarten in plaats van een ordemaatregel tot ontslag te nemen. Er werd immers een RAD opgemaakt. De klachtencommissie is van oordeel dat zowel een observatienota als een rapport aan de directeur de bedoeling hebben om de directeur te informeren. Het is vervolgens aan de directie om te oordelen of het volgens haar noodzakelijk is om naar aanleiding van de gemelde informatie al dan niet een tuchtprocedure op te starten. Anders beslissen zou impliceren dat een belangrijk deel van de beslissingsbevoegdheid zou worden verlegd van de directeur naar de penitentiaire beambten, op basis van het formulier dat zij menen te moeten gebruiken.
In casu heeft de directie kennisgenomen van het RAD en de tewerkstellingsfiche van klager en beslist om geen tuchtprocedure op te starten maar om klager conform de dienstnota te ontslaan omdat zij meende dat zijn tewerkstelling niet langer opportuun was door de verschillende meldingen die over klager werden gemaakt, gedurende zijn verschillende arbeidsposten. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing van de directeur voldoet aan de voorwaarden uit de dienstnota en dat de beslissing bovendien niet onredelijk en onbillijk is, gelet op de verschillende waarschuwingen die klager heeft gekregen.
Om deze redenen is de klacht ongegrond.