Ga verder naar de inhoud

KC16/23-0022

Non fondée KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN

Klager dient een klacht in tegen het verkrijgen van een tuchtsanctie voor het bezit van verboden voorwerpen, namelijk een simkaart en een USB-stick.
Na een tuchtrechtelijke hoorzitting kreeg klager voor deze inbreuk van de eerste categorie, het bezit of het gebruik van technologische
middelen die onregelmatige communicatie met buitenwereld mogelijk maken, vijftien dagen ATV met glasbezoek opgelegd.

Klager heeft het bezit van een USB-stick bekend tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting zodat enkel het bezit van een simkaart ter discussie staat. Klager meent dat deze inbreuk niet is bewezen omdat hij de simkaart niet te zien heeft gekregen. De klachtencommissie heeft kennis genomen van het RAD van 18.01.2023. Daarin staat duidelijk beschreven dat drie beambten naar aanleiding van een celcontrole in de cel van klager een USB-stick én een simkaart hebben gevonden in een sok. De klachtencommissie is bovendien van oordeel dat klager op de tuchthoorzitting geen concrete, noch overtuigende tegenindicaties heeft aangebracht waarom het personeel zou liegen over devondst van een simkaart, maar niet over de vondst van een USB-stick, terwijl beide verboden voorwerpen werden gevonden in dezelfde verstopplaats, nl. een sok. Bovendien werd klager bijgestaan door een raadsman tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting. Uit het verslag blijkt dat zij geen opmerkingen heeft gemaakt over een eventuele schending van de rechten van verdediging.

De klachtencommissie oordeelt dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuk. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan maximaal dertig dagen ATV opgelegd worden zodat de tuchtsanctie in casu wettig was en niet onredelijk of onbillijk gelet op de recente tuchtrechtelijke voorgaande. Om deze redenen is de klacht kennelijk ongegrond.