Ga verder naar de inhoud

KC16/23-0001

Fondée KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Mesure provisoire Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - SCHORSING - VERBODEN SUBSTANTIES

De klachtencommissie is van oordeel dat de wettelijke voorwaarden om een voorlopige maatregel in de vorm van het verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte op te leggen, niet waren vervuld. De klachtencommissie meent dat de motivering van de beslissing niet verwijst naar aanwijzingen dat de interne veiligheid ernstig was aangetast. De interne veiligheid is een toestand waarbij in de gevangenis de fysieke integriteit van personen gevrijwaard wordt. Nergens in het tuchtdossier is er sprake dat klager fysiek agressief zou geweest zijn of in die zin bedreigend overkwam. Er was enkel een zeer zware druggeur in zijn cel waargenomen. Het vermoeden dat klager drugs zou hebben gebruikt, werd echter niet bevestigd door bijkomende belastende elementen. De klacht is gegrond.

Er werd een RAD opgesteld omdat bij het binnenlaten van de wandeling er een zeer penetrante drugsgeur waar te nemen was. Bij het openen van de cel van klager en zijn celgenoot, werd de geur intenser. De adjudant van dienst en een andere pba werden gecontacteerd. Klager en zijn celgenoot ondergingen een fouille op het lichaam en er werd een celcontrole uitgevoerd. Beide controles bleken negatief. Klager en zijn celgenoot werden hierna op voorlopige maatregel geplaatst. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting betwist klager de tenlastelegging. De directeur heeft de inbreuken bewezen verklaard en klager gesanctioneerd voor een inbreuk van eerste categorie, het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. Zowel hij als zijn celgenoot kregen dezelfde tuchtsanctie in de vorm van 15 dagen ATV. De klachtencommissie is van oordeel dat een gedetineerde enkel gesanctioneerd kan worden voor het bezit van verboden substanties indien de geurwaarneming voldoende geïndividualiseerd en geobjectiveerd werd en het vermoeden van bezit daarenboven werd ondersteund door bijkomende belastende elementen. De klachtencommissie meent dat het tuchtdossier geen bijkomende belastende elementen bevat die de geurwaarneming in de duocel individualiseerden en objectiveerden. Zowel de grondige celcontrole die driekwartier duurde als de naaktfouille leverden niets op. Er is bijvoorbeeld geen sprake van kruimels, plastiek zakjes, het doorspoelen van het toilet,…Nochtans kwamen de beambten de cel plots binnen waardoor klager door het verrassingselement niet eens de tijd zou hebben om bewijsmateriaal te verstoppen. Volgens klager werd de asbak ook niet gecontroleerd, hetgeen tijdens de zitting niet werd betwist door de directeur. De directeur is ook niet op de hoogte of de kledij van klager werd onderzocht op een verdachte geur. De klachtencommissie besluit dat de directie, gelet op het tuchtrechtelijk vermoeden van onschuld, niet in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen achten van het bezit van of de handel in de door de wet verboden substanties. De klacht is gegrond.