Ga verder naar de inhoud

KC16/22-0152

Fondée KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Mesure de sécurité particulière
BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL - TUCHT

Op twee dagen tijd werden in totaal vier rapporten aan de directeur opgemaakt omdat klager gedetineerden tijdens de etensbedeling aanmaande tot opstand, hij maakte kabaal door te roepen en te kloppen op zijn celdeur en hij uitte beledigingen ten aanzien van het personeel. De directeur nam kennis van alle rapporten en klager werd gehoord in het kader van een BVM. De schriftelijke beslissing van de directeur bevat de ernstige aanwijzingen voor een gevaar voor de orde en de veiligheid. Ook werd gemotiveerd op welke wijze de bijzondere veiligheidsmaatregelen de bedreiging zouden verhelpen. De klachtencommissie is echter van oordeel dat niet alle voorwaarden voor het opleggen van de BVM vervuld waren. De Basiswet bepaalt dat wanneer de feiten die aanleiding kunnen geven tot een bijzondere veiligheidsmaatregel eveneens het karakter hebben van een tuchtrechtelijke inbreuk, enkel de tuchtprocedure opgestart wordt. De klachtencommissie kan uit de verschillende rapporten verschillende tuchtinbreuken vaststellen: aanzetten tot collectieve acties, veroorzaken van lawaaihinder, de opzettelijke aantasting van de orde, beledigen van personeel. De klachtencommissie is van oordeel dat de keuze tussen tucht of BVM dient af te hangen van de doelstelling die men beoogt en van het feit of er aan de toepassingsvoorwaarden voldaan is. Een bijzondere maatregel beoogt op eerder preventieve wijze mogelijke problemen voor de orde te verhelpen. Een tuchtsanctie is bestraffend bedoeld en volgt steeds nadat bepaalde feiten zich hebben voorgedaan. Dat het gedrag van klager zich herhaalde, is geen beletsel om een tuchtprocedure op te starten. In één tuchtprocedure kunnen verschillende rapporten samen worden behandeld. Ook opeenvolgende tuchtprocedures zijn toegelaten. Het risico voor de veiligheid kon dus perfect ondervangen worden door een tuchtsanctie, eventueel voorafgegaan door een voorlopige maatregel in afwachting van de tuchtrechtelijke hoorzitting. Wanneer de tuchtsanctie een einde had genomen, kon de situatie opnieuw onderzocht worden om, volgens de voorgeschreven procedure, de noodzaak te evalueren van het al dan niet nemen van een bijzondere veiligheidsmaatregel. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie conform de Basiswet een tuchtprocedure had moeten opstarten in plaats van een BVM op te leggen. De beslissing tot het opleggen van een BVM dient vernietigd te worden, alsook de verlenging ervan. De klacht is gegrond.