KC16/22-0148
Fondée
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Autre décision directeur
Disciplinaire
TUCHT - PUNTENSYSTEEM
De klachtencommissie heeft kennis genomen van het RAD waarin het incident tussen klager en de beambte beschreven staat. Het RAD werd voor kennisname ondertekend door een regimedirecteur. Het klachtenbureau heeft aan de klachtencommissie gemeld dat klager op dezelfde dag op rapport ging bij de regimedirecteur. Klager verklaart dat de regimedirecteur het RAD voor zich had liggen tijdens het gesprek. De directie toont niet aan dat de regimedirecteur pas kennisnam van het RAD na het rapport met de directeur. Klager verklaart dat hij na het rapport bij de directeur in kennis gesteld werd dat een tuchtprocedure opgestart werd. Hij werd uitgenodigd voor een hoorzitting. In het verslag van de hoorzitting staat te lezen: “Er werd een tuchtprocedure opgesteld omwille van een bijkomend verslag. Een verwittiging leek ons daarvoor onvoldoende.” De klachtencommissie is van oordeel dat deze passage een indicatie is dat er een verslag van het rapport directie opgemaakt werd waarin sprake was van de berisping. De directeur heeft tijdens de zitting van de klachtencommissie verklaard dat een berisping wordt gegeven tijdens een rapport bij de directeur. De klachtencommissie neemt bijgevolg aan dat de directie aanvankelijk had beslist om de zaak af te doen met een berisping. Klager was ook in die veronderstelling. Naderhand werd echter op die beslissing teruggekomen, zonder enige motivering. De klachtencommissie is van oordeel dat de tuchtbeslissing, nadat klager al een berisping had gekregen, onredelijk en onbillijk is. De klacht is gegrond.
Klager kreeg naar aanleiding van de tuchtbeslissing 5 punten opgelegd. De Basiswet bepaalt dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken en met andere sancties dan die welke omschreven worden door deze wet. De directie bevestigde en herhaalde zelf meermaals de onlosmakelijke verknochtheid tussen een tuchtovertreding en punten. Zij is hierin duidelijk: wie een tuchtinbreuk pleegt, wordt tuchtrechtelijk bestraft én krijgt punten. De klachtencommissie kan uit dit alles niet anders dan afleiden dat de directie met het opleggen van de punten aan klager een duidelijke intentie tot bestraffen had, buiten het wettelijke kader van de Basiswet om. De klacht is gegrond.
De klachtencommissie heeft kennis genomen van het RAD waarin het incident tussen klager en de beambte beschreven staat. Het RAD werd voor kennisname ondertekend door een regimedirecteur. Het klachtenbureau heeft aan de klachtencommissie gemeld dat klager op dezelfde dag op rapport ging bij de regimedirecteur. Klager verklaart dat de regimedirecteur het RAD voor zich had liggen tijdens het gesprek. De directie toont niet aan dat de regimedirecteur pas kennisnam van het RAD na het rapport met de directeur. Klager verklaart dat hij na het rapport bij de directeur in kennis gesteld werd dat een tuchtprocedure opgestart werd. Hij werd uitgenodigd voor een hoorzitting. In het verslag van de hoorzitting staat te lezen: “Er werd een tuchtprocedure opgesteld omwille van een bijkomend verslag. Een verwittiging leek ons daarvoor onvoldoende.” De klachtencommissie is van oordeel dat deze passage een indicatie is dat er een verslag van het rapport directie opgemaakt werd waarin sprake was van de berisping. De directeur heeft tijdens de zitting van de klachtencommissie verklaard dat een berisping wordt gegeven tijdens een rapport bij de directeur. De klachtencommissie neemt bijgevolg aan dat de directie aanvankelijk had beslist om de zaak af te doen met een berisping. Klager was ook in die veronderstelling. Naderhand werd echter op die beslissing teruggekomen, zonder enige motivering. De klachtencommissie is van oordeel dat de tuchtbeslissing, nadat klager al een berisping had gekregen, onredelijk en onbillijk is. De klacht is gegrond.
Klager kreeg naar aanleiding van de tuchtbeslissing 5 punten opgelegd. De Basiswet bepaalt dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken en met andere sancties dan die welke omschreven worden door deze wet. De directie bevestigde en herhaalde zelf meermaals de onlosmakelijke verknochtheid tussen een tuchtovertreding en punten. Zij is hierin duidelijk: wie een tuchtinbreuk pleegt, wordt tuchtrechtelijk bestraft én krijgt punten. De klachtencommissie kan uit dit alles niet anders dan afleiden dat de directie met het opleggen van de punten aan klager een duidelijke intentie tot bestraffen had, buiten het wettelijke kader van de Basiswet om. De klacht is gegrond.