Ga verder naar de inhoud

KC16/22-0130

Fondée KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Autre décision directeur Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - CEL

Er werd een politionele actie uitgevoerd in de gevangenis waarbij onder andere de cel van klager door de politie werd gecontroleerd. Klager werd in dit kader ook onderworpen aan een naaktfouille, tevens uitgevoerd door de politie nadat de hond was gaan zitten bij klager. Ministeriële omzendbrief nr. 1785 van 18 juli 2006 inzake drugproblematiek bepaalt dat er voor gezorgd moet worden dat de mogelijkheid om drugs te laten circuleren in de gevangenis, tegengegaan wordt. Deze omzendbrief laat aan de gevangenisdirecteur de mogelijkheid om de bijstand te vragen van politiediensten voor een onderzoek van gedetineerden of lokalen, waarbij detectieapparatuur en/of honden kunnen worden aangewend. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie haar bevoegdheden, die zij ontleent aan de Basiswet, niet overdraagt aan de politie wanneer zij beroep doet op de diensten van de politie. In de MO nr. 1785 is er immers enkel sprake dat de directeur bijstand kan vragen. De klachtencommissie besluit dat de directie wel degelijk zeggenschap heeft over de geplande politionele acties, hetgeen ook werd bevestigd op de zitting aangezien er datums en tijdstippen worden overeengekomen.

De klachtencommissie meent dat de politie op grond van de Wet op het Politieambt, geen bevoegdheden heeft om fouilles (onderzoek aan het lichaam, onderzoek aan de kledij of onderzoek in de verblijfsruimte) in de gevangenis op te leggen. Voor fouilles die plaatsvinden in de strafinrichtingen geldt de Basiswet. Gelet op de politonele actie waarbij zes cellen werden gecontroleerd met behulp van een drugshond, kaderden deze celcontroles niet in het kader van het fouilleplan. De celcontrole van klager was dus een bijkomende celcontrole. De Basiswet bepaalt dat alle beslissingen die in het kader van deze wet worden genomen, met redenen omkleed zijn. Gelet op bovenstaande analyse meent de klachtencommissie dat de directeur de beslissing tot celcontrole had moeten nemen en niet de politie. Gelet op het verzuim van de directeur om een beslissing te nemen, is de klacht tegen de celcontrole ontvankelijk. Bij gebreke aan een beslissing van de directeur, werd de celcontrole bovendien niet individueel gemotiveerd. De klacht is gegrond.

Gelet op de ingrijpende maatregel die het onderzoek aan het lichaam is, heeft de wetgever strenge voorwaarden bepaald alvorens een onderzoek aan het lichaam kan worden uitgevoerd. Deze mag zeker niet routinematig uitgevoerd worden en is slechts gerechtvaardigd wanneer ingevolge specifieke omstandigheden of vermoedens het onderzoek aan de kledij niet volstaat. Enkel de directeur mag deze risico-inschatting maken. Iedere naaktfouille vereist bijgevolg een beslissing van de directeur. In dit dossier werd een naaktfouille door de politie opgelegd en uitgevoerd. Gelet op bovenstaande analyse meent de klachtencommissie dat de directeur de beslissing tot naaktfouille had moeten nemen en niet de politie. Gelet op het verzuim van de directeur om een beslissing te nemen, is de klacht tegen de naaktfouille ontvankelijk en bovendien gegrond.

Klager diende nog een klacht in tegen een tweede naaktfouille. In casu heeft de directeur een beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam bevolen met als motivering: “betrokkene werd in de loop van de voorbije maanden gesanctioneerd wegens het inslikken van een USB-stick en onbekende substanties. Om uit te sluiten dat hij na bezoekmodaliteit in het bezit is van dergelijke voorwerpen of substanties, is fouillering aan het lichaam aangewezen.” De klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de beslissing geen concrete elementen aanhaalt waarom men vermoedt dat klager na het ongestoord bezoek met zijn partner, dat bovendien wekelijks zou plaatsvinden, in het bezit zou zijn van verboden voorwerpen. De klachtencommissie is op de hoogte dat klager tuchtrechtelijk werd gesanctioneerd wegens het inslikken van een USB-stick en verdovende middelen (KC16/22-0113). In dit tuchtdossier was er echter nergens sprake dat klager de verboden voorwerpen had binnengesmokkeld via het ongestoord bezoek. Ook in de huidige bestreden beslissing worden er geen elementen aangehaald waarom men vermoedt dat klager opnieuw in contact zou komen met verboden voorwerpen. Het ongestoord bezoek op zich staand, zonder bijkomende concrete elementen van gevaar voor orde of veiligheid, is geen individuele aanwijzing die een fouillering op het lichaam rechtvaardigt. De klacht is gegrond.