KC16/22-0119
Non fondée
Irrecevable
KC - Leuven Centraal
Commission des plaintes
Transfèrement
Disciplinaire
TUCHT - GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID
Een weigering tot overplaatsing is geen beslissing die door de directeur wordt genomen, maar door een ambtenaar van de penitentiaire administratie die daartoe door de directeur-generaal wordt aangewezen. De klachtencommissie is dus niet bevoegd om kennis te nemen van de klacht tegen de weigering tot overplaatsing. De klacht is onontvankelijk.
Klager heeft ook een klacht ingediend tegen een tuchtbeslissing omdat hij meent dat deze beslissing onterecht is. Er werd een RAD opgesteld omdat klager tijdens de etensbedeling weigerde terug te keren naar zijn cel uit protest omdat hij geen gesprek kreeg met de directeur. Dit is een tuchtinbreuk van tweede categorie, namelijk het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel in de gevangenis. Klager betwist dit niet doch meent dat deze situatie werd uitgelokt. De klachtencommissie is echter van oordeel dat de beslissing van de directie om klager schuldig te verklaren aan de tuchtinbreuk, wettig en niet onredelijk is. Het gedrag van klager vormde een bedreiging voor de orde en de veiligheid in de gevangenis. De klacht is ongegrond.
Een weigering tot overplaatsing is geen beslissing die door de directeur wordt genomen, maar door een ambtenaar van de penitentiaire administratie die daartoe door de directeur-generaal wordt aangewezen. De klachtencommissie is dus niet bevoegd om kennis te nemen van de klacht tegen de weigering tot overplaatsing. De klacht is onontvankelijk.
Klager heeft ook een klacht ingediend tegen een tuchtbeslissing omdat hij meent dat deze beslissing onterecht is. Er werd een RAD opgesteld omdat klager tijdens de etensbedeling weigerde terug te keren naar zijn cel uit protest omdat hij geen gesprek kreeg met de directeur. Dit is een tuchtinbreuk van tweede categorie, namelijk het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel in de gevangenis. Klager betwist dit niet doch meent dat deze situatie werd uitgelokt. De klachtencommissie is echter van oordeel dat de beslissing van de directie om klager schuldig te verklaren aan de tuchtinbreuk, wettig en niet onredelijk is. Het gedrag van klager vormde een bedreiging voor de orde en de veiligheid in de gevangenis. De klacht is ongegrond.