Ga verder naar de inhoud

KC16/22-0007

Non fondée KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - BEWIJS - CAMERABEELDEN

Klager is het niet eens met de tuchtbeslissing waarbij hem 21 dagen ATV werden opgelegd wegens een vechtpartij. Klager meent dat hij onschuldig is.
Als algemeen principe geldt dat de directie  slechts een tuchtsanctie kan opleggen op grond van feiten die op rechtmatige wijze bewezen zijn. Zij kan geen tuchtstraf opleggen die is gebaseerd op onbestaande, onjuiste of niet nauwkeurig vastgestelde feiten. Er werd een rapport aan de directeur (RAD) opgesteld wegens verschillende vechtpartijen tussen gedetineerden op de sectie, waarbij ook een personeelslid gewond raakte. Het RAD beschrijft gedetailleerd en chronologisch de feiten. Bovendien werd het RAD meeondertekend door twee andere personeelsleden die aanwezig waren tijdens het tweede gevecht. In de tuchtprocedure tegen een gedetineerde speelt een RAD een belangrijke rol.  Een directeur mag in de motivering van zijn beslissing verwijzen naar  een  voldoende duidelijk  RAD en op basis daarvan een tuchtsanctie opleggen.

De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op het RAD. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in het RAD werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie kon zich niet steunen op andere elementen, zoals camerabeelden, om de beweringen van klager te verifiëren omdat die er niet waren. De klachtencommissie besluit dat de directie in redelijkheid en billijkheid kon besluiten tot het bewezen zijn van de tuchtinbreuk van eerste categorie, nl. de opzettelijke aantasting van andermans fysieke integriteit. De klacht is ongegrond.