Ga verder naar de inhoud

KC16/21-0121

Non fondée KC - Leuven Centraal Commission des plaintes Mesure provisoire
VOORLOPIGE MAATREGEL - VERBODEN VOORWERPEN - PROPORTIONALITEIT

Klager heeft een klacht ingediend tegen een voorlopige maatregel waarbij hij op een beveiligde cel werd geplaatst. Gegeven het feit dat er sprake was van een onduidelijk ziektebeeld, de beweringen en de aansteker van klager alsook zijn eigen verzoek om naar de beveiligde cel te gaan, maken de beslissing van de directie niet onredelijk of onbillijk. Klager geeft aan gefrustreerd te zijn geweest en daardoor te hebben gesproken over “in brand steken”. De voorlopige maatregel is in de gegeven omstandigheden gerechtvaardigd omwille van een gegronde vrees voor de interne veiligheid. Daarbij erkent klager ter zitting dat hij op de hoogte was dat hij geen aansteker mocht meenemen naar de beveiligde cel. De klachtencommissie is van oordeel dat voldaan is aan de wettelijke toepassingsvoorwaarden om een voorlopige maatregel op te leggen. De klacht is ongegrond.