Ga verder naar de inhoud

KC12/26-0065

Fondée KC - Ieper Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - BEWIJS - MEERPERSOONSCEL - VERBODEN SUBSTANTIES

De directie heeft op geen enkele manier aangetoond dat klager de bezitter van de verboden substantie was. De substantie werd gevonden in een gedeelde ruimte van een meerpersoonscel. De verklaring van de celgenoten dat ze klager als bedreigend beschouwen, vormt geen bewijs voor het toerekenen van de tuchtinbreuk aan klager. Zelfs wanneer klager tijdens de hoorzitting aangegeven zou hebben dat hij druggebruiker is, betekent dit nog niet dat de gevonden substantie daarom van hem is.

Omdat er geen bewijs is dat klager de tuchtinbreuk pleegde, is de klacht met betrekking tot dit gedeelte gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing voor wat betreft de inbreuk ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’.De klachtencommissie draagt de directie op om de verwijzing naar deze tuchtinbreuk ook uit het tuchtregister van klager te schrappen. Voor het overige blijft de tuchtbeslissing bestaan.