Ga verder naar de inhoud

KC12/24-0044

Non fondée KC - Ieper Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT

De klacht gaat over de beslissing van de directie van de gevangenis waarbij aan klager een tuchtsanctie werd opgelegd.

Het RAD van 16 oktober 2024 (feiten van 23u15) is de basis waarvan een tuchtprocedure ten aanzien van klager werd ingesteld.
Klager werd over deze feiten gehoord op de tuchtzitting van 18 oktober 2024, zonder bijstand van een advocaat. Klager had niet om de bijstand van een advocaat verzocht. Als ten laste gelegde feiten werden in herinnering gebracht: “Nachtlawaai”. Op deze tuchtzitting werden, volgens het
verslag ervan, de volgende zaken gezegd: “Betrokkene zegt dat het roepen wel vaker gebeurt. Deze ontkent dat het geroep van hun cel
zou komen. Betrokkene zegt wel dat er voor het venster werd gedanst voor de grap”. In de bestreden tuchtbeslissing werd één tuchtinbreuk van tweede categorie aangekruist, zijnde het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis
verstoort. Klager kreeg als sanctie twee weken ATV.

De klachtencommissie vindt de bestreden tuchtbeslissing niet onwettig, onredelijk of onbillijk. Dat de directie klager schuldig achtte voor deze feiten, valt binnen haar discretionaire bevoegdheid. De klachtencommissie wijst erop dat het RAD voldoende duidelijk is. Het werd opgesteld ten aanzien van klager en de handelingen die hijzelf en zijn celgenoot stelden, werden precies beschreven. Het blijkt duidelijk uit de bestreden beslissing waarom de feiten, die zich voordeden om 23u15, werden omschreven als nachtlawaai en werden gekwalificeerd als het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten in de gevangenis verstoort. Hoewel de beslissing summier werd gemotiveerd, blijkt voldoende duidelijk dat de directie klager schuldig achtte aan het veroorzaken van nachtlawaai. Dit bracht volgens haar het samenlevingsklimaat in de gevangenis en met de buitenwereld in het gedrang en verstoorde de nachtrust van personen.

De klachtencommissie wijst er ten slotte op dat klager in zijn klachtenformulier gewag maakt van het feit dat hij helemaal geen ‘dierengeluiden’ heeft gemaakt. De klachtencommissie leest nergens in het tuchtdossier iets over dierengeluiden. In het RAD wordt louter vermeld dat er sprake was van nachtlawaai en het feit dat klager, toen de beambten zich ter hoogte van de wandeling bevonden,zaken aan het roepen was (“Hey! Wat zoek je?! Ben je iets kwijt?!” en “Wat zoek je?!”).
De klacht is niet gegrond.