KC12/24-0001
Non fondée
Fondée
KC - Ieper
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL – TUCHT – MOTIVERING – VERBODEN SUBSTANTIES
Klager heeft twee klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel tot verplicht verblijf in de verblijfsruimte. Deze werd gemotiveerd als volgt: “zie RAD : verboden subst. op cel”. De klachtencommissie stelt vast dat de beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel onvoldoende gemotiveerd werd. In de beslissing wordt niet vermeld waarom deze feiten een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid zouden uitmaken. De eerste klacht is ontvankelijk en gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen een tuchtsanctie van twee weken ATV, wegens het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. Er werd tijdens een celcontrole een verdacht pakketje op de cel van klager gevonden, waarvan hij stelt dat het zout is, maar waarvan de directie meent dat het verboden substanties waren. De klachtencommissie merkt op dat zowel het verslag van de tuchtzitting als de uiteindelijke (motivering van de) tuchtbeslissing summier zijn. De klachtencommissie is echter van oordeel dat de directie op basis van alle beschikbare informatie voldoende kon afleiden dat klager in het bezit was van een door de wet verboden substantie. De tweede klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.
Klager heeft twee klachten ingediend.
De eerste klacht is gericht tegen een voorlopige maatregel tot verplicht verblijf in de verblijfsruimte. Deze werd gemotiveerd als volgt: “zie RAD : verboden subst. op cel”. De klachtencommissie stelt vast dat de beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel onvoldoende gemotiveerd werd. In de beslissing wordt niet vermeld waarom deze feiten een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid zouden uitmaken. De eerste klacht is ontvankelijk en gegrond.
De tweede klacht is gericht tegen een tuchtsanctie van twee weken ATV, wegens het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. Er werd tijdens een celcontrole een verdacht pakketje op de cel van klager gevonden, waarvan hij stelt dat het zout is, maar waarvan de directie meent dat het verboden substanties waren. De klachtencommissie merkt op dat zowel het verslag van de tuchtzitting als de uiteindelijke (motivering van de) tuchtbeslissing summier zijn. De klachtencommissie is echter van oordeel dat de directie op basis van alle beschikbare informatie voldoende kon afleiden dat klager in het bezit was van een door de wet verboden substantie. De tweede klacht is ontvankelijk, maar niet gegrond.