FOUILLE LICHAAM - MOTIVERING
Klager heeft een klacht ingediend tegen een naaktfouille. Dit is de vierde naaktfouille voor iets dat drie maanden geleden is gebeurd. Klager vindt dit onterecht. De vier naaktfouilles waren bovendien allemaal negatief. Het kan niet de bedoeling zijn dat klager na elk bezoek zijn kleren moet uitdoen.
Uit de motivering van de naaktfouille blijkt dat klager in april en in juni in contact is gekomen met wettelijk verboden substanties. De klachtencommissie is op de hoogte van het incident in april omdat klager een klacht heeft ingediend tegen de twee daaropvolgende naaktfouilles en de tuchtbeslissing (KC10/26-0064). Klager werd toen na het ongestoord bezoek in het bezit gevonden van 4,8 gram hasj. In juni werd hij nogmaals betrapt op het bezit van hasj, zo blijkt uit de motivering van de bestreden naaktfouille. Zoals de klachtencommissie eerder heeft vastgesteld in dossier KC10/26-0064, stelt de klachtencommissie thans opnieuw vast dat in de motivering van de bestreden naaktfouille geen actuele aanwijzingen worden vermeld waarom de directie het vermoeden had dat klager in het bezit zou zijn van drugs na zijn bezoek. Er wordt louter verwezen naar tuchtrechtelijke antecedenten. Er wordt geen melding gemaakt van vaststellingen van personeel waardoor het vermoeden ontstond dat klager mogelijks opnieuw in het bezit was gekomen van contrabande tijdens het bezoek. Bijgevolg is de naaktfouille enkel opgelegd omwille van het tuchtrechtelijk verleden van klager zonder dat het actuele gedrag van klager hiervoor een aanleiding was. Het Grondwettelijk Hof heeft in haar arrest van 29 januari 2014 nochtans duidelijke grenzen getrokken door de gewijzigde bepalingen in de Basiswet te vernietigen. Deze bepalingen lieten toe om, systematisch en zonder individuele beslissing van de directeur, gedetineerden te onderwerpen aan naaktfouilles na bezoek, bij het betreden van de gevangenis en voorafgaand aan de plaatsing in een beveiligde cel of strafcel. De nota van DG EPI van 10 september 2018 vermeldt daarom dat onder andere het bezoek op zich staand, zonder bijkomende concrete elementen dat er een gevaar is voor de orde of de veiligheid, geen individuele aanwijzing is die een fouillering op het lichaam rechtvaardigt alsook “het is verboden de fouillering op het lichaam stelselmatig op te leggen in welbepaalde omstandigheden zonder dat het gedrag van de gedetineerde daartoe aanleiding geeft. Overeenkomstig de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof en van de Raad van State kan er niet besloten worden tot fouilleringen op het lichaam indien de fouillering niet bijkomend verantwoord wordt door het gedrag van de gedetineerde.” Om deze reden besluit de klachtencommissie dat de naaktfouille niet voldeed aan de bepalingen uit de Basiswet. De klacht is gegrond.
Klager heeft een klacht ingediend tegen een naaktfouille. Dit is de vierde naaktfouille voor iets dat drie maanden geleden is gebeurd. Klager vindt dit onterecht. De vier naaktfouilles waren bovendien allemaal negatief. Het kan niet de bedoeling zijn dat klager na elk bezoek zijn kleren moet uitdoen.
Uit de motivering van de naaktfouille blijkt dat klager in april en in juni in contact is gekomen met wettelijk verboden substanties. De klachtencommissie is op de hoogte van het incident in april omdat klager een klacht heeft ingediend tegen de twee daaropvolgende naaktfouilles en de tuchtbeslissing (KC10/26-0064). Klager werd toen na het ongestoord bezoek in het bezit gevonden van 4,8 gram hasj. In juni werd hij nogmaals betrapt op het bezit van hasj, zo blijkt uit de motivering van de bestreden naaktfouille. Zoals de klachtencommissie eerder heeft vastgesteld in dossier KC10/26-0064, stelt de klachtencommissie thans opnieuw vast dat in de motivering van de bestreden naaktfouille geen actuele aanwijzingen worden vermeld waarom de directie het vermoeden had dat klager in het bezit zou zijn van drugs na zijn bezoek. Er wordt louter verwezen naar tuchtrechtelijke antecedenten. Er wordt geen melding gemaakt van vaststellingen van personeel waardoor het vermoeden ontstond dat klager mogelijks opnieuw in het bezit was gekomen van contrabande tijdens het bezoek. Bijgevolg is de naaktfouille enkel opgelegd omwille van het tuchtrechtelijk verleden van klager zonder dat het actuele gedrag van klager hiervoor een aanleiding was. Het Grondwettelijk Hof heeft in haar arrest van 29 januari 2014 nochtans duidelijke grenzen getrokken door de gewijzigde bepalingen in de Basiswet te vernietigen. Deze bepalingen lieten toe om, systematisch en zonder individuele beslissing van de directeur, gedetineerden te onderwerpen aan naaktfouilles na bezoek, bij het betreden van de gevangenis en voorafgaand aan de plaatsing in een beveiligde cel of strafcel. De nota van DG EPI van 10 september 2018 vermeldt daarom dat onder andere het bezoek op zich staand, zonder bijkomende concrete elementen dat er een gevaar is voor de orde of de veiligheid, geen individuele aanwijzing is die een fouillering op het lichaam rechtvaardigt alsook “het is verboden de fouillering op het lichaam stelselmatig op te leggen in welbepaalde omstandigheden zonder dat het gedrag van de gedetineerde daartoe aanleiding geeft. Overeenkomstig de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof en van de Raad van State kan er niet besloten worden tot fouilleringen op het lichaam indien de fouillering niet bijkomend verantwoord wordt door het gedrag van de gedetineerde.” Om deze reden besluit de klachtencommissie dat de naaktfouille niet voldeed aan de bepalingen uit de Basiswet. De klacht is gegrond.