KC10/26-0110
Irrecevable
KC - Hasselt
Commission des plaintes
Autre décision directeur
ARBEID - WACHTLIJST
Klager heeft een klacht ingediend omdat hij geen werk aangeboden krijgt. Hij moet bewegen voor zijn rug. Zelfs enkele adjudanten, waaronder de adjudant van het werkhuis, willen klager nochtans graag aan het werk in het werkhuis. De directie weigert dat om redenen die voor klager onduidelijk zijn. Werken is nochtans een basisrecht.
Zoals klager terecht stelt in zijn klacht, hebben gedetineerden op grond van de Basiswet het recht om te werken in de gevangenis. De directeur is bevoegd voor de toewijzing van de in de gevangenis beschikbare arbeid aan de gedetineerden die om arbeid verzocht hebben. Dergelijk verzoek van een gedetineerde wordt opgetekend in een door de Koning vastgesteld formulier. De directie oefent haar bevoegdheid op het vlak van werkbedeling uit door te reageren op de werkaanvraag van de gedetineerde. Ofwel krijgt de gedetineerde meteen een tewerkstelling aangeboden indien de directie de gedetineerde geschikt acht voor de vacante functie ofwel, wanneer er niet onmiddellijk een functie vrij is, wordt de gedetineerde op de wachtlijst geplaatst. De penitentiaire realiteit toont in toenemende mate aan dat er slechts een beperkt aanbod van arbeidsplaatsen is in vergelijking met de grotere vraag naar arbeid, zodat men meestal genoodzaakt is om met wachtlijsten te werken. Uit het verweer van de directie blijkt dat dat ook het geval is in de gevangenis van Hasselt waar een wachtlijst van acht maanden bestaat voor gedetineerden die een werkaanvraag hebben ingediend. Uit het verweer van de directie blijkt dat klager sinds januari 2026 in de gevangenis van Hasselt verblijft. De klachtencommissie heeft een kopie ontvangen van twee werkaanvragen van klager, één van 21.02.2026 en één van 25.08.2026. De directie verklaart vervolgens dat zij klager op de wachtlijst voor werk heeft geplaatst en dat zij een beslissing over de toewijzing van een vacante functie aan klager zal nemen op het moment dat het zijn beurt is. De klachtencommissie besluit dat de directie heeft gedaan wat ze moest doen volgens haar bevoegdheid inzake de toewijzing van arbeid. De klachtencommissie meent net zoals de directie dat er geen redenen zijn om van deze wettelijke regeling af te wijken en klager voorrang te geven op andere gedetineerden die al langer wachten op werk. De klachtencommissie is ten slotte van oordeel dat klager zijn beweging kan halen uit de wandeling en sportactiviteiten. Om deze reden is de klacht niet-ontvankelijk.
Klager heeft een klacht ingediend omdat hij geen werk aangeboden krijgt. Hij moet bewegen voor zijn rug. Zelfs enkele adjudanten, waaronder de adjudant van het werkhuis, willen klager nochtans graag aan het werk in het werkhuis. De directie weigert dat om redenen die voor klager onduidelijk zijn. Werken is nochtans een basisrecht.
Zoals klager terecht stelt in zijn klacht, hebben gedetineerden op grond van de Basiswet het recht om te werken in de gevangenis. De directeur is bevoegd voor de toewijzing van de in de gevangenis beschikbare arbeid aan de gedetineerden die om arbeid verzocht hebben. Dergelijk verzoek van een gedetineerde wordt opgetekend in een door de Koning vastgesteld formulier. De directie oefent haar bevoegdheid op het vlak van werkbedeling uit door te reageren op de werkaanvraag van de gedetineerde. Ofwel krijgt de gedetineerde meteen een tewerkstelling aangeboden indien de directie de gedetineerde geschikt acht voor de vacante functie ofwel, wanneer er niet onmiddellijk een functie vrij is, wordt de gedetineerde op de wachtlijst geplaatst. De penitentiaire realiteit toont in toenemende mate aan dat er slechts een beperkt aanbod van arbeidsplaatsen is in vergelijking met de grotere vraag naar arbeid, zodat men meestal genoodzaakt is om met wachtlijsten te werken. Uit het verweer van de directie blijkt dat dat ook het geval is in de gevangenis van Hasselt waar een wachtlijst van acht maanden bestaat voor gedetineerden die een werkaanvraag hebben ingediend. Uit het verweer van de directie blijkt dat klager sinds januari 2026 in de gevangenis van Hasselt verblijft. De klachtencommissie heeft een kopie ontvangen van twee werkaanvragen van klager, één van 21.02.2026 en één van 25.08.2026. De directie verklaart vervolgens dat zij klager op de wachtlijst voor werk heeft geplaatst en dat zij een beslissing over de toewijzing van een vacante functie aan klager zal nemen op het moment dat het zijn beurt is. De klachtencommissie besluit dat de directie heeft gedaan wat ze moest doen volgens haar bevoegdheid inzake de toewijzing van arbeid. De klachtencommissie meent net zoals de directie dat er geen redenen zijn om van deze wettelijke regeling af te wijken en klager voorrang te geven op andere gedetineerden die al langer wachten op werk. De klachtencommissie is ten slotte van oordeel dat klager zijn beweging kan halen uit de wandeling en sportactiviteiten. Om deze reden is de klacht niet-ontvankelijk.