Ga verder naar de inhoud

KC10/26-0084

Fondée Compensation Irrecevable KC - Hasselt Commission des plaintes Autre décision directeur
STAKING - WANDELING - BEZOEK - TEGEMOETKOMING

De klacht gaat over de weigering van de wandeling en het bezoek tijdens de stakingen op 11 en 12/05/2026 in de gevangenis van Hasselt.

Over de wandeling: in het geval van een (niet-spontane) staking dient de directie enkele rechten van gedetineerden te waarborgen. De directie heeft de verantwoordelijkheid om de nodige maatregelen te treffen zodat de minimumgaranties ten aanzien van gedetineerden worden nageleefd. Dit werd bevestigd in de rechtspraak van de Nederlandstalige Beroepscommissie. Hieruit besluit de klachtencommissie dat de klacht die handelt over het niet organiseren van een wandeling gedurende een stakingsdag een verzuim inhoudt om een geïndividualiseerde beslissing in de zin van artikel 148 Basiswet te nemen. De klacht werd bovendien tijdig ingediend. De klacht is ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht inhoudelijk beoordelen.

Klager dient klacht in omdat hij tijdens de stakingsdagen van 11 en 12/05/2026 niet heeft kunnen wandelen. Uit het verweer van de directie blijkt dat er op 11 en 12/05/2026 geen wandeling werd georganiseerd omdat er dusdanig weinig personeel aanwezig was dat de politie voor versterking nodig was. De directie meent dat eens de politie binnen is, zij commando hebben over wat wel en niet doorgaat. Dit betreft derhalve volgens de directie geen directiebeslissing, maar een situatie van overmacht.

De directie dient een overmachtssituatie met betrekking tot een personeelstekort echter aan te tonen, opdat zij redelijkerwijs kon afwijken van het fundamentele recht op één uur wandeling in de buitenlucht. De stakingsdagen waren aangekondigd zodat er geen sprake was van een spontane staking en de directie in de mogelijkheid was om tijdig een minimumdienst te organiseren, overeenkomstig de toepasselijke bepalingen. De directie heeft in het bijzonder nagelaten om met concrete cijfers aan te tonen hoeveel personeelsleden effectief gestaakt hebben op de respectieve stakingsdagen en hoeveel werkwilligen er die dagen wel aanwezig waren. Een situatie van overmacht werd geenszins aangetoond.

Het verzuim om in maatregelen te voorzien zodat klager op de stakingsdag een uur in de buitenlucht kon vertoeven, is onwettig. De klacht is bijgevolg gegrond.

De voorwaarden tot toekenning van een compensatie zijn vervuld. De Nederlandstalige beroepscommissie heeft zich uitgesproken over beroepen tegen beslissingen van een klachtencommissie inzake de tegemoetkomingen bij het onterecht ontnemen van één uur buitenlucht. Daarbij werd geoordeeld dat 60 belminuten passend zijn wanneer één uur buitenlucht ontnomen werd. De klachtencommissie volgt deze nieuwe rechtspraak en meent dat het ondergane nadeel zo door een gelijkaardige prestatie wordt gecompenseerd. De klachtencommissie kent daarom aan klager de volgende tegemoetkoming toe: 120 belminuten tegen het nationaal tarief voor gesprekken naar een vast toestel.

Over het bezoek: klager dient vervolgens een klacht in tegen een weigeringsbeslissing om op de stakingsdagen van 11 en 12/05/2026 bezoek te ontvangen. De klachtencommissie stelt vast dat het om twee stakingsdagen ging. Klager heeft geen recht op dagelijks bezoek tijdens de stakingsdagen. De klachtencommissie is van oordeel dat er geen sprake is van een schending van artikel 17, 5° van de wet van 23 maart 2019. De klachtencommissie besluit dat het feit dat klager op de twee stakingsdagen niet dagelijks bezoek mocht ontvangen geen verzuim van de directie uitmaakt om maatregelen te nemen teneinde de minimale dienstverlening tijdens de staking te garanderen. Om deze reden is de klacht niet-ontvankelijk.