Ga verder naar de inhoud

KC10/26-0028

Fondée Irrecevable KC - Hasselt Commission des plaintes Autre décision directeur Pas de décision du directeur
EXTERNE RECHTSPOSITIE - INTERNE RECHTSPOSITIE - INDIVIDUEEL DETENTIEPLAN

In zoverre klager zijn reclasseringsplan bedoelt, gaat de klacht over zijn externe rechtspositie. De klacht van klager valt bijgevolg buiten de bevoegdheid van de klachtencommissie waardoor de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is. De klachtencommissie kan de klacht niet inhoudelijk beoordelen.

In zoverre klager spreekt over zijn detentieplan, stelt de klachtencommissie het volgende vast. De Basiswet voorziet een aparte titel inzake detentieplanning. Van zodra een veroordeelde onthaald wordt, begint een onderzoek naar zijn persoon en zijn levenssituatie met de bedoeling een individueel detentieplan op te maken. Dat individueel detentieplan wordt in overleg met de gedetineerde uitgewerkt. Het plan bevat een schets van het detentietraject, inclusief voorstellen van activiteiten waaraan de gedetineerden kan deelnemen, zoals psychosociale begeleidingsprogramma’s of medische of psychologische behandelingsprogramma’s. Tot slot wordt het detentieplan opgenomen in een samenwerkingsprotocol, dat ondertekend wordt door de gedetineerde en door de directeur.

Op 18 augustus 2021 heeft DG EPI aan de lokale gevangenisdirecties een draaiboek doorgestuurd over de opmaak van detentieplannen. Uit dit draaiboek blijkt dat de directeur samen met de griffie, de PSD, de penitentiaire gezondheidsdienst en het bewakingskader betrokken is bij het onderzoek naar de persoon en de levenssituatie. De directeur bepaalt samen met de veroordeelde het detentieplan op basis van de noden en behoeften die werden geïdentificeerd. De directeur legt het detentieplan voor ter ondertekening door de gedetineerde en bepaalt tot slot de termijn voor de evaluatie van het plan.

De klachtencommissie stelt vast dat, hoewel de directie voor de verschillende onderdelen van het detentieplan kan steunen op de omringende diensten zoals PSD, griffie en eventueel de Vlaamse Gemeenschap, de verantwoordelijkheid voor de opstart en het finaliseren van het detentieplan bij de directeur ligt. De klachtencommissie besluit dan ook dat er inzake het individueel detentieplan sprake kan zijn van een weigering of een verzuim van de directie om het opstellen van een detentieplan voor klager op te starten. De klacht is ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht inhoudelijk beoordelen.

Aangezien er sprake is van een verzuim in hoofde van de directie om een individueel detentieplan op te stellen, is de klacht gegrond. De klachtencommissie draagt de directie op om binnen de twee maanden na de betekening van deze beslissing een individueel detentieplan voor klager op te starten en hem hierover te informeren.