NAAKTFOUILLERING - VERBODEN VOORWERPEN
Klager dient klacht in tegen een naaktfouillering. Een onderzoek aan het lichaam is volgens de Basiswet enkel gerechtvaardigd wanneer er individuele aanwijzingen zijn om te vermoeden dat een gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn én dat een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan om deze voorwerpen of substanties te vinden.
De klachtencommissie is van mening dat deze motivering onvoldoende is voor een ingrijpende maatregel als de fouillering op het lichaam. Het feit dat klager ‘onlangs’ betrapt werd op het bezit van een gsm, zonder hierbij een datum te vermelden, is onvoldoende om te voldoen aan de motiveringsplicht. Uit de klacht van klager blijkt dat de betrapping op het bezit van een gsm zich heeft voorgedaan in juli 2025, hetgeen geenszins meer gezien kan worden als een actuele individuele aanwijzing. De stelling van de directie dat het plausibel is dat klager een tijd zal wachten na de vondst van een eerste gsm alvorens tot een tweede smokkel over te gaan, doet hier volgens de klachtencommissie geen afbreuk aan.
Daarnaast is ook niet voldaan aan de vereiste dat de naaktfouillering als ultimum remedium dient te worden ingezet. De klachtencommissie stelt vast dat in de beslissing de subsidiariteit wordt gemotiveerd voor verboden substanties, zoals drugs, maar nergens blijkt waarom een onderzoek aan de kledij of een celcontrole niet hadden kunnen volstaan om een gsm te vinden. De klachtencommissie besluit dat een metaaldetectieportiek (MDP) of het onderzoek aan de kledij als minder ingrijpende maatregelen immers hetzelfde doel kunnen hadden bereiken.
Klager dient klacht in tegen een naaktfouillering. Een onderzoek aan het lichaam is volgens de Basiswet enkel gerechtvaardigd wanneer er individuele aanwijzingen zijn om te vermoeden dat een gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn én dat een onderzoek aan de kledij niet zou volstaan om deze voorwerpen of substanties te vinden.
De klachtencommissie is van mening dat deze motivering onvoldoende is voor een ingrijpende maatregel als de fouillering op het lichaam. Het feit dat klager ‘onlangs’ betrapt werd op het bezit van een gsm, zonder hierbij een datum te vermelden, is onvoldoende om te voldoen aan de motiveringsplicht. Uit de klacht van klager blijkt dat de betrapping op het bezit van een gsm zich heeft voorgedaan in juli 2025, hetgeen geenszins meer gezien kan worden als een actuele individuele aanwijzing. De stelling van de directie dat het plausibel is dat klager een tijd zal wachten na de vondst van een eerste gsm alvorens tot een tweede smokkel over te gaan, doet hier volgens de klachtencommissie geen afbreuk aan.
Daarnaast is ook niet voldaan aan de vereiste dat de naaktfouillering als ultimum remedium dient te worden ingezet. De klachtencommissie stelt vast dat in de beslissing de subsidiariteit wordt gemotiveerd voor verboden substanties, zoals drugs, maar nergens blijkt waarom een onderzoek aan de kledij of een celcontrole niet hadden kunnen volstaan om een gsm te vinden. De klachtencommissie besluit dat een metaaldetectieportiek (MDP) of het onderzoek aan de kledij als minder ingrijpende maatregelen immers hetzelfde doel kunnen hadden bereiken.