Ga verder naar de inhoud

KC10/25-0135

Non fondée Irrecevable KC - Hasselt Commission des plaintes Autre décision directeur Mesure provisoire Disciplinaire Mesure d'ordre
ONTSLAG - VOORLOPIGE MAATREGEL - CELMUTATIE - TUCHT

De klacht betreft een afzetting van werk, een voorlopige maatregel, een celmutatie en een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Hasselt.

Over de afzetting van werk: een klacht tegen een beslissing tot afzetting van werk valt in principe onder het toepassingsgebied van het beklagrecht. Volgens de directie van de gevangenis van Hasselt werd t.a.v. klaagster geen beslissing tot afzetting van werk genomen. De klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.

Over de voorlopige maatregel: een klacht tegen een voorlopige maatregel valt in principe onder het toepassingsgebied van het beklagrecht. Volgens de directie van de gevangenis van Hasselt werd t.a.v. klaagster geen voorlopige maatregel genomen. De klacht is bijgevolg niet-ontvankelijk.

Over de celmutatie: elke beslissing van een gevangenisdirecteur moet in overeenstemming zijn met de geldende wettelijke voorschriften in de gevangenis alsook met bindende bepalingen van in België geldende verdragen en moet daarenboven redelijk en billijk zijn. Een gevangenisdirecteur is vrij om te kiezen op welke sectie of cel hij een gedetineerde plaatst.

Deze bevoegdheid wordt niet nader geregeld in de wet, waardoor ook de beslissingen die de directeur in dat kader kan nemen niet aan specifieke voorwaarden dienen te voldoen. Het toewijzen van een cel of de overplaatsing naar een andere cel of sectie is met andere woorden een discretionaire en geen gebonden bevoegdheid van de directeur. De beslissing tot verhuizing van klaagster van cel is dus niet onwettig. De beslissing is ook niet onredelijk of onbillijk. De klacht is bijgevolg niet gegrond.

Over de tuchtbeslissing: de directie heeft een tuchtsanctie van 7 dagen ATV voor de inbreuk van de tweede categorie “het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden” opgelegd.

De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op de rapporten aan de directeur. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in de rapporten werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren.

De klachtencommissie acht het niet onredelijk dat de feiten beschreven in de rapporten aan de directeur als de inbreuk het beledigen van personen die zich in de gevangenis bevinden, werden gekwalificeerd. De klachtencommissie acht voormelde kwalificatie correct en afdoende gemotiveerd. De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. De feiten vormen een tuchtrechtelijke inbreuk van de tweede categorie, die kunnen worden gestraft met een maximum van 15 dagen ATV. De klachtencommissie stelt vast dat de directie rekening heeft gehouden met de omvang van de feiten en geen onredelijk zware straf van 7 dagen ATV heeft opgelegd. De klacht is om deze redenen ongegrond.