KC10/25-0129
Non fondée
KC - Hasselt
Commission des plaintes
Disciplinaire
Mesure d'ordre
ORDEMAATREGEL - TUCHT - BEZOEK
Klager dient vooreerst klacht in tegen een ordemaatregel waarbij aan zijn vriendin glasbezoek werd opgelegd. De klachtencommissie stelt vast dat voldaan is aan artikel 60, § 3, 1° van de Basiswet. Het glasbezoek kan immers opgelegd worden “wanneer er ernstige redenen bestaan dat er zich tijdens het bezoek incidenten kunnen voordoen die de orde of de veiligheid in het gedrang kunnen brengen”. Uit het rapport blijkt dat in de vuilbak van de kamer van het ongestoord familiaal bezoek sigarettenassen en drie gebruikte lucifers werden teruggevonden. Tevens blijkt uit het rapport dat door twee beambten een sigarettengeur werd vastgesteld.
Klager dient daarnaast klacht in tegen een tuchtbeslissing. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld en twee beambten getuige waren van de sigarettengeur en de vondst. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De klachtencommissie is van oordeel dat het feit dat de sigarettenpeuken zelf niet werden gevonden na de controle van de kamer van het ongestoord bezoek, geen afbreuk doen aan de bewezenverklaring van de feiten. De sigarettengeur werd door twee beambten vastgesteld en in de vuilbak werden drie gebruikte lucifers en sigarettenassen teruggevonden. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De klachtencommissie merkt tenslotte op dat het ne bis in idem-beginsel in casu niet geschonden is. De ordemaatregel werd immers genomen ten aanzien van de bezoekster van klager, terwijl de tuchtbeslissing werd genomen ten aanzien van klager zelf. Er is hier bijgevolg geen sprake van een dubbele sanctie voor dezelfde feiten.
Klager dient vooreerst klacht in tegen een ordemaatregel waarbij aan zijn vriendin glasbezoek werd opgelegd. De klachtencommissie stelt vast dat voldaan is aan artikel 60, § 3, 1° van de Basiswet. Het glasbezoek kan immers opgelegd worden “wanneer er ernstige redenen bestaan dat er zich tijdens het bezoek incidenten kunnen voordoen die de orde of de veiligheid in het gedrang kunnen brengen”. Uit het rapport blijkt dat in de vuilbak van de kamer van het ongestoord familiaal bezoek sigarettenassen en drie gebruikte lucifers werden teruggevonden. Tevens blijkt uit het rapport dat door twee beambten een sigarettengeur werd vastgesteld.
Klager dient daarnaast klacht in tegen een tuchtbeslissing. In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD duidelijk werd opgesteld en twee beambten getuige waren van de sigarettengeur en de vondst. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De klachtencommissie is van oordeel dat het feit dat de sigarettenpeuken zelf niet werden gevonden na de controle van de kamer van het ongestoord bezoek, geen afbreuk doen aan de bewezenverklaring van de feiten. De sigarettengeur werd door twee beambten vastgesteld en in de vuilbak werden drie gebruikte lucifers en sigarettenassen teruggevonden. De directie heeft afdoende gemotiveerd waarom de feiten een tuchtrechtelijke inbreuk uitmaakten. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager.
De klachtencommissie merkt tenslotte op dat het ne bis in idem-beginsel in casu niet geschonden is. De ordemaatregel werd immers genomen ten aanzien van de bezoekster van klager, terwijl de tuchtbeslissing werd genomen ten aanzien van klager zelf. Er is hier bijgevolg geen sprake van een dubbele sanctie voor dezelfde feiten.