Ga verder naar de inhoud

KC10/25-0059

Non fondée Fondée KC - Hasselt Commission des plaintes Mesure provisoire Disciplinaire Mesure d'ordre Fouille à corps
FOUILLE OP HET LICHAAM - UITVOERING - VOORLOPIGE MAATREGEL - ORDEMAATREGEL - TUCHTBESLISSING

De klachten betreffen een fouillering op het lichaam, de uitvoering van de fouillering op het lichaam, een voorlopige maatregel, een ordemaatregel en een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Hasselt.

Over de naaktfouille: de klachtencommissie brengt in herinnering dat een gedetineerde kan worden onderworpen aan een fouillering op zijn lichaam wanneer de directeur van oordeel is dat er individuele aanwijzingen bestaan dat een onderzoek aan de kledij niet volstaat om na te gaan of de gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. Ook dergelijke beslissingen dienen in principe met redenen te worden omkleed.

De klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de directie geen concrete, individuele en actuele elementen aanhaalt waarom men het vermoeden had dat klager in het bezit zou zijn van verboden voorwerpen of substanties. De klachtencommissie stelt vast dat er geen sprake is van concrete, actuele elementen ter motivatie van de naaktfouillering.

De klachtencommissie herhaalt nochtans het ingrijpende karakter van een onderzoek aan het lichaam. De fouillering op het lichaam laat immers toe de gedetineerde te verplichten om zich uit te kleden tot op het lichaam en de openingen en de holten van het lichaam uitwendig te schouwen. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam niet voldeed aan de wettelijke voorwaarden. De klacht is kennelijk gegrond.

Over de uitvoering van de naaktfouille: de fouille op het lichaam dient plaats te vinden in een gesloten ruimte, mogen er geen andere gedetineerden aanwezig zijn bij de fouille en dient de fouille door minimum twee leden van hetzelfde geslacht als de gedetineerde te gebeuren. De fouille op het lichaam mag geen tergend karakter hebben en moet gebeuren met eerbiediging voor de waardigheid van de gedetineerde.

De verschillende stappen van de uitvoering worden vastgelegd in bijlage 3 van de Collectieve brief nr. 141. In het voorliggend dossier voert klager aan dat hij vernederd werd. Hij moest zo zijn penis naar achter trekken en zijn teelballen opzij duwen en optillen van een beambte. Bovendien zou een beambte klagers hoofd tegen de muur hebben geduwd. De directie schrijft in haar verweer: “bovendien zijn alle procedures correct gevolgd”. Zij verduidelijkt echter niet of zij het personeel hieromtrent heeft bevraagd. De klachtencommissie ziet in het voorliggend dossier voldoende redenen om aan te nemen dat de procedure t.a.v. klager niet correct gevolgd werd. De klacht m.b.t. de uitvoering van de naaktfouille is om deze redenen gegrond.

Over de voorlopige maatregel: klager kreeg een voorlopige maatregel gelet op de ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid opgelegd. De voorlopige maatregel is gemotiveerd en genomen door de directie. Gelet op het feit dat klager een verboden substantie zou ingeslikt hebben tijdens de naaktfouille, kon de directie beslissen dat er sprake was van een aantasting van de interne veiligheid. De fysieke integriteit van klager diende gevrijwaard te worden. Hierdoor was de beslissing tot voorlopige maatregel verantwoord. De maatregel heeft geen bestraffend karakter. De directie kon de voorlopige maatregel opleggen. De klacht tegen de voorlopige maatregel is om deze redenen ongegrond.

Over de ordemaatregel: er werd t.a.v. een bezoekster van klager een beslissing tot glasbezoek genomen voor een periode van 3 maanden. Bezoek aan tafel (‘gewoon’ bezoek) is de algemene regel. Bezoek achter een transparante wand (glasbezoek) is enkel mogelijk in de gevallen bepaald in de wet. Het glasbezoek wordt opgelegd bij wijze van ordemaatregel teneinde de orde en veiligheid in de gevangenis te waarborgen en heeft bijgevolg geen bestraffend karakter.

De klachtencommissie besluit dat de ordemaatregel werd opgelegd conform de voorwaarden uit de Basiswet en de Collectieve Brief nr. 107. De ordemaatregel is wettig. Bovendien meent de klachtencommissie dat de ordemaatregel en de duurtijd ervan, niet onredelijk of onbillijk is. De ordemaatregel is een effectieve manier om smokkel via bezoek te verhinderen, maar laat anderzijds wel toe dat klager nog steeds zijn bezoekster kan zien. Bijgevolg is de klacht ongegrond.

Over de tuchtbeslissing: wat betreft tuchtbeslissingen, kan de gedetineerde alleen schuldig worden verklaard aan de hem ten laste gelegde tuchtinbreuk wanneer de directie, op grond van al het bewijsmateriaal waarover zij beschikt, de ten laste gelegde feiten bewezen acht en de daarvoor ter verantwoording geroepen gedetineerde daaraan schuldig acht. De directie heeft hierbij een discretionaire bevoegdheid.

De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op de RAD’s. De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in de RAD’s werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen. De motivering voldoet volgens de klachtencommissie ook aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet, aangezien deze ingaat op de elementen waaruit het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement (hierna: HHR) voorgeschreven bepalingen blijkt.

De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtprocedure door de directie correct gevolgd werd. Bijgevolg is de klacht ongegrond.