Ga verder naar de inhoud

KC10/25-0050

Fondée KC - Hasselt Commission des plaintes Disciplinaire Fouille à corps
FOUILLE OP HET LICHAAM – TUCHT – VERBODEN SUBSTANTIES - HUISHOUDELIJK REGLEMENT

- de naaktfouille van 22.03.2025

Klager dient een klacht in tegen een naaktfouille en schrijft dat de beambte die de naaktfouille heeft uitgevoerd, heel onbeleefd was en dat hij klager een nietsnut noemde.

De klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de bestreden beslissing in de eerste plaats de individuele aanwijzingen bevat waarom de directie het vermoeden had dat klager tijdens het bezoek in het bezit was gekomen van verboden voorwerpen en/of substanties. In diezelfde motivering blijkt bovendien de subsidiariteit van de naaktfouille. De klachtencommissie meent dat op voorhand niet uitgesloten kon worden dat klager het doorgegeven voorwerp of de doorgegeven substantie onopgemerkt uit zijn sok had gehaald en had verstopt op plaatsen op het lichaam die niet toegankelijk zijn tijdens een onderzoek aan de kledij. In casu blijkt dat klager dat ook effectief heeft gedaan aangezien hij de hasj in zijn mond had gestoken. Men mag slechts tijdens een naaktfouille vragen om de mondholte te openen. De klachtencommissie besluit dat de naaktfouille voldeed aan de wettelijke voorwaarden bepaald in de Basiswet. Om deze redenen is dit onderdeel van de klacht kennelijk ongegrond.

De vermeende onbeleefde houding van de beambte die de naaktfouille heeft uitgevoerd en de beweerdelijke uitspraken, staan niet in verband met een beslissing van de directie zodat de klachtencommissie niet bevoegd is om zich daar over uit te spreken.

- de tuchtbeslissing van 27.03.2025

Klager dient een klacht in tegen een tuchtbeslissing en schrijft dat hij twintig dagen tucht heeft gekregen hoewel er verschillende artikels niet werden nageleefd.

De klachtencommissie meent dat het RAD eenduidig stelt dat klager in het bezit was van hasj. Klager betwist dit ook niet. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk van het bezit van door of krachtens de wet verboden substanties kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De directie heeft klager echter ook gesanctioneerd voor het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. In de motivering van de tuchtbeslissing wordt niet vermeld welke bepaling van het huishoudelijk reglement klager zou hebben geschonden. Een gedetineerde moet nochtans kunnen begrijpen welke motieven de keuze en de maat van de sanctie hebben bepaald. Deze tuchtrechtelijke inbreuk kan bovendien enkel aan de gedetineerde ten laste worden gelegd als de overtreden ‘regel’ een regel betreft die ook daadwerkelijk een schriftelijke neerslag vindt in het huishoudelijk reglement. Deze tuchtinbreuk kan niet dienen als een soort van vangnetbepaling. Anders oordelen zou immers strijdig zijn met het principe dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken dan omschreven door de Basiswet.

Om deze redenen is dit onderdeel van de klacht kennelijk gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre de feiten gekwalificeerd worden als het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. Voor het overige blijft de tuchtbeslissing bestaan.

- de naaktfouille van 24.03.2025

Tot slot heeft klager ook een klacht ingediend tegen de naaktfouille van 24.03.2025 omdat die beslissing hem te laat zou zijn betekend.

Uit het dossier blijkt dat de naaktfouille werd uitgevoerd op 24.03.2025 om 20u15 en dat klager de beslissing betekend kreeg op 26.03.2025 om 11u50. De beslissing tot fouillering op het lichaam werd dus buiten de wettelijke termijn van 24 uur betekend aan klager. De directie betwist dit ook niet in haar verweer. Gelet op de schending van een bepaling uit de Basiswet, is de klacht kennelijk gegrond.

Deze termijn staat echter niet voorgeschreven op straffe van nietigheid waardoor de laattijdige betekening niet tot gevolg heeft dat de beslissing tot naaktfouille nietig is.