KC10/24-0162
Non fondée
Irrecevable
KC - Hasselt
Commission des plaintes
Disciplinaire
Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - TERMIJN - SCHADE - TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - VERBODEN VOORWERPEN
De klacht betreft een tuchtbeslissing van 13/11/2024 en een schaderapport van de directie van de gevangenis van Hasselt.
Wat betreft de klacht m.b.t. het schaderapport:
Klager diende op 17/11/2024 zijn klacht in. Uit het dossier en het verweer van de directie blijkt dat op 17/11/2024 (en ook op 03/12/2024) nog geen schaderapport werd opgesteld. Aangezien op het
moment van de indiening van de klacht nog geen schaderapport bestond of een beslissing tot terugbetaling van de schade in hoofde van klager, is de klacht m.b.t. de schade voorbarig en dus
niet-ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht niet inhoudelijk beoordelen.
Wat betreft de klacht m.b.t. de tuchtbeslissing:
In het tuchtdossier zijn twee RAD’s voorhanden op basis waarvan de tuchtprocedure t.a.v. klager werd ingesteld.
Klager werd gehoord op de tuchtrechtelijke hoorzitting van 13/11/2024. Op deze hoorzitting heeft klager verklaard dat hij al een aantal dagen wakker was door het gebruik van speed. Omdat hij wou
slapen heeft hij vervolgens Seroquel ingenomen. De beambten hadden daardoor moeite om hem wakker te maken. Hij heeft ook meegedeeld dat de gevonden verboden substanties en de Iphone
van hem zijn. Wat de beveiliging van de intercom betreft heeft klager verklaard dat deze reeds weg was toen hij in de cel toekwam. Hij heeft uitgelegd dat hij hier niets mee te maken heeft.
De aangevochten beslissing betreft in deze zaak een tuchtbeslissing van 13/11/2024. Klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 20 dagen ATV omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan de volgende inbreuken: 1) het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties en 2) het bezit of het gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op de RAD’s en de tuchtrechtelijke hoorzitting (klager heeft
toegegeven dat de gevonden drugs en Iphone van hem zijn). De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in de RAD’s werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen.
De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren. De klachtencommissie is de mening toegedaan dat de directie de feiten kon omschrijven als voormelde kwalificaties. De feiten vormen tuchtrechtelijke inbreuken van de eerste categorie, die kunnen worden gestraft met een maximum van 30 dagen ATV. Gelet op de omvang van de feiten komt de straftoemeting van 20 dagen ATV over als passend. Om deze redenen is de klacht tegen de tuchtbeslissing van 13/11/2024 ongegrond.
De klacht betreft een tuchtbeslissing van 13/11/2024 en een schaderapport van de directie van de gevangenis van Hasselt.
Wat betreft de klacht m.b.t. het schaderapport:
Klager diende op 17/11/2024 zijn klacht in. Uit het dossier en het verweer van de directie blijkt dat op 17/11/2024 (en ook op 03/12/2024) nog geen schaderapport werd opgesteld. Aangezien op het
moment van de indiening van de klacht nog geen schaderapport bestond of een beslissing tot terugbetaling van de schade in hoofde van klager, is de klacht m.b.t. de schade voorbarig en dus
niet-ontvankelijk. De klachtencommissie kan de klacht niet inhoudelijk beoordelen.
Wat betreft de klacht m.b.t. de tuchtbeslissing:
In het tuchtdossier zijn twee RAD’s voorhanden op basis waarvan de tuchtprocedure t.a.v. klager werd ingesteld.
Klager werd gehoord op de tuchtrechtelijke hoorzitting van 13/11/2024. Op deze hoorzitting heeft klager verklaard dat hij al een aantal dagen wakker was door het gebruik van speed. Omdat hij wou
slapen heeft hij vervolgens Seroquel ingenomen. De beambten hadden daardoor moeite om hem wakker te maken. Hij heeft ook meegedeeld dat de gevonden verboden substanties en de Iphone
van hem zijn. Wat de beveiliging van de intercom betreft heeft klager verklaard dat deze reeds weg was toen hij in de cel toekwam. Hij heeft uitgelegd dat hij hier niets mee te maken heeft.
De aangevochten beslissing betreft in deze zaak een tuchtbeslissing van 13/11/2024. Klager kreeg in voorliggende zaak een tuchtsanctie van 20 dagen ATV omdat hij door de directeur schuldig werd bevonden aan de volgende inbreuken: 1) het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties en 2) het bezit of het gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken.
De klachtencommissie ziet geen reden waarom de directie zich bij het nemen van de bestreden beslissing niet had mogen steunen op de RAD’s en de tuchtrechtelijke hoorzitting (klager heeft
toegegeven dat de gevonden drugs en Iphone van hem zijn). De directie kon de feiten, zoals die duidelijk en uitdrukkelijk in de RAD’s werden beschreven, voor waar en als voldoende aannemen.
De directie kon dan ook binnen de grenzen van de redelijkheid oordelen dat de feiten die aan klager werden ten laste gelegd, bewezen waren. De klachtencommissie is de mening toegedaan dat de directie de feiten kon omschrijven als voormelde kwalificaties. De feiten vormen tuchtrechtelijke inbreuken van de eerste categorie, die kunnen worden gestraft met een maximum van 30 dagen ATV. Gelet op de omvang van de feiten komt de straftoemeting van 20 dagen ATV over als passend. Om deze redenen is de klacht tegen de tuchtbeslissing van 13/11/2024 ongegrond.