Ga verder naar de inhoud

KC10/24-0098

Non fondée KC - Hasselt Commission des plaintes Mesure de sécurité particulière
BVM

Klager heeft een klacht ingediend tegen de BVM die op 13.07.2024 werd opgelegd en werd verlengd op 19.07.2024. Volgens klager werd de procedure niet correct gevolgd omdat hij niet werd bijgestaan door een advocaat en er ook geen hoorzitting was. Klager ontkent te hebben gezegd dat hij gewapend naar de wandeling zou gaan. Hij heeft drie getuigen die dit kunnen bevestigen: een adjudant, een beambte en zijn celgenoot.

De klachtencommissie heeft kennisgenomen van de dossierstukken en stelt in eerste instantie vast dat het dossier twee verslagen van het horen van de gedetineerde in het kader van de BVM-procedure bevat. Daaruit blijkt dat klager op 13.07.2024 én op 19.07.2024 werd gehoord door de directie. Zijn opmerkingen werden opgenomen in de verslagen. De klachtencommissie verduidelijkt verder dat de Basiswet niet voorziet in het recht op bijstand van een advocaat tijdens het horen voorafgaand aan het opleggen van een bijzondere veiligheidsmaatregel. Wat de ernstige aanwijzingen van een gevaar voor de orde of de veiligheid betreft, stelt de klachtencommissie aan de hand van het dossier vast dat de directie alert is gelet op de fixatie van klager op één beambte. Klager blijft hierover schrijven en zou zelfs vanuit zijn uitgaansvergunning gebeld hebben naar de gevangenis om nogmaals zijn beschuldigingen te herhalen. Hij beschuldigt de beambte ervan een medegedetineerde de opdracht te hebben gegeven om hem iets aan te doen. Hierdoor is hij bang dat hem iets zal overkomen en zal hij gewapend naar de wandeling gaan om zich te beschermen. Tot slot heeft hij ook nog ernstige bedreigingen geuit naar de medegedetineerde in kwestie. Wanneer klager tijdens de hoorzitting geconfronteerd werd met deze bezorgdheden van de directie, stelt de klachtencommissie vast dat klager deze niet ontkend heeft, integendeel, hij bevestigde deze. De klachtencommissie is van oordeel dat dit gedrag en deze uitspraken van klager enorm verontrustend zijn en een ernstige bedreiging uitmaken voor de veiligheid van niet alleen de betrokken personen, maar alle personeelsleden en gedetineerden die in contact komen met klager. De klachtencommissie meent dat de opgelegde veiligheidsmaatregelen noodzakelijk maar proportioneel waren teneinde de veiligheid van personen in de gevangenis te beschermen. De klachtencommissie stelt tenslotte vast dat de ernstige aanwijzingen nog steeds bestonden op 19.07.2024 waardoor de verlenging van de opgelegde BVM, gerechtvaardigd was.

De klachtencommissie besluit dat de beslissingen van de directie wettig waren en niet onredelijk of onbillijk. Om deze redenen zijn de klachten ongegrond.