KC10/24-0068
Irrecevable
KC - Hasselt
Commission des plaintes
Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID
De klachtencommissie is door dossier KC10/24-0024 op de hoogte van de context. Uit dit dossier bleek dat klager via videoconferentie vanuit de gevangenis van Hasselt een overleg wou bijwonen met zijn echtgenote die in de gevangenis van Brugge verblijft en de hulpverlening rondom zijn pluszoon die in een observatie- en behandelcentrum verblijft. Dergelijk videobezoek bleek organisatorisch niet te kunnen worden ingepland. Uit zijn huidige klacht blijkt dat klager een occasionele uitgaansvergunning (UV) heeft aangevraagd teneinde dergelijk overleg te kunnen bijwonen. Deze UV zou niet toegekend zijn. Klager hoopt thans via een overbrenging met de politie naar de gevangenis van Brugge het overleg te kunnen bijwonen. Klager klaagt aan dat de directie nalaat om dergelijke overbrenging te regelen. Uit het verweer van de directie blijkt dat het directieteam geen vraag in die zin van klager heeft ontvangen. De klachtencommissie stelt vast dat klager geen kopie van zijn vraag heeft gevoegd bij zijn klacht, noch een datum in zijn klacht waarop hij de vraag zou gesteld hebben, heeft vermeld. Bijgevolg besluit de klachtencommissie dat de klacht niet-ontvankelijk is bij gebreke aan een beslissing van de directie of een verzuim van de directie om een beslissing te nemen.
De klachtencommissie is door dossier KC10/24-0024 op de hoogte van de context. Uit dit dossier bleek dat klager via videoconferentie vanuit de gevangenis van Hasselt een overleg wou bijwonen met zijn echtgenote die in de gevangenis van Brugge verblijft en de hulpverlening rondom zijn pluszoon die in een observatie- en behandelcentrum verblijft. Dergelijk videobezoek bleek organisatorisch niet te kunnen worden ingepland. Uit zijn huidige klacht blijkt dat klager een occasionele uitgaansvergunning (UV) heeft aangevraagd teneinde dergelijk overleg te kunnen bijwonen. Deze UV zou niet toegekend zijn. Klager hoopt thans via een overbrenging met de politie naar de gevangenis van Brugge het overleg te kunnen bijwonen. Klager klaagt aan dat de directie nalaat om dergelijke overbrenging te regelen. Uit het verweer van de directie blijkt dat het directieteam geen vraag in die zin van klager heeft ontvangen. De klachtencommissie stelt vast dat klager geen kopie van zijn vraag heeft gevoegd bij zijn klacht, noch een datum in zijn klacht waarop hij de vraag zou gesteld hebben, heeft vermeld. Bijgevolg besluit de klachtencommissie dat de klacht niet-ontvankelijk is bij gebreke aan een beslissing van de directie of een verzuim van de directie om een beslissing te nemen.