Ga verder naar de inhoud

KC10/24-0063

Non fondée KC - Hasselt Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - BEWIJS

Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. De opsteller van het RAD zag hoe klager tijdens de wandeling een lijn klaarmaakte op de bank. Een medegedetineerde rolde een wit papiertje op tot een buisje en maakte dan een snuifbeweging op de bank. Klager deed hetzelfde. Hierna bood klager een zakje aan aan een medegedetineerde die haar vinger dipte in het zakje en daarna in haar mond stak. Dit zou overeenkomen met de manier hoe men MDMA kristallen neemt. Nadien zou klager het zakje in haar pakje tabak in haar jas hebben gestoken. Nadien werd klager onderworpen aan een naaktfouille. De klachtencommissie stelt aan de hand van het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting vast dat klager de vaststellingen van het personeel ontkent. Klager had een papiertje voor sigaretten opgerold en ze waren met elkaar aan het lachen omdat het leek op een buisje om te snuiven. Klager benadrukt dat er tijdens de naaktfouille niets werd gevonden.

In eerste instantie meent de klachtencommissie dat het RAD zorgvuldig werd opgesteld. De opsteller heeft de handelingen die ontegensprekelijk verband houden met het gebruik van drugs expliciet en duidelijk omschreven. De klachtencommissie is ook van oordeel dat klager geen overtuigende elementen heeft aangevoerd waaruit de klachtencommissie kan afleiden dat het rapport geen correcte weergave zou zijn van de feiten. De verklaring die klager gaf tijdens de hoorzitting acht de klachtencommissie niet geloofwaardig. Volgens de klachtencommissie is het niet uitgesloten dat klager zich tijdig heeft ontdaan van het zakje waardoor het niet meer werd gevonden tijdens de naaktfouille. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 21 dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie is de wettelijk toegestane maximumsanctie dertig dagen ATV. De tuchtsanctie was dus wettig. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was gelet op de vijf voorgaande tuchtrechtelijke veroordelingen wegens het bezit van drugs. Om deze redenen is de klacht ongegrond.