TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - MOTIVERING
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee, een tuchtinbreuk van eerste categorie, en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, een tuchtinbreuk van tweede categorie, naar aanleiding van een vechtpartij in de sporthal met twee medegedetineerden. De klachtencommissie stelt aan de hand van de motivering van de tuchtbeslissing vast dat de directie zich voor het bewezen verklaren van de feiten, gebaseerd heeft op het RAD. De klachtencommissie meent dat het RAD zorgvuldig werd opgesteld en dat daaruit duidelijk blijkt dat beide gedetineerden aan het vechten waren. De klachtencommissie is van oordeel dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. Voor het bestaan van de tuchtinbreuk is het irrelevant wie de vechtpartij heeft gestart. Dat klager zich louter zou hebben verdedigd, kan wel een belangrijk element zijn in de bepaling van de tuchtsanctie. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 21 dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan dit maximaal gedurende dertig dagen opgelegd worden. De tuchtsanctie was bijgevolg wettig. De klachtencommissie stelt aan de hand van de motivering van de tuchtbeslissing vast dat de directie het argument van de zelfverdediging niet heeft aangenomen. Zij is hiertoe ook niet verplicht. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie niet onredelijk of onbillijk was gelet op de ernst van de inbreuk en het tuchtrechtelijk verleden van klager.
De klachtencommissie stelt vast dat in de tuchtbeslissing ook een tuchtinbreuk van tweede categorie werd weerhouden, namelijk het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. In de motivering van de tuchtbeslissing werd niet vermeld welke bepaling van het huishoudelijk reglement klager zou hebben geschonden. De klachtencommissie is van oordeel dat dit ook niet afgeleid kan worden uit het tuchtdossier. Een gedetineerde moet nochtans kunnen begrijpen welke motieven de keuze en de maat van de sanctie hebben bepaald. Deze tuchtrechtelijke inbreuk kan bovendien enkel aan de gedetineerde ten laste worden gelegd als de overtreden ‘regel’ een regel betreft die ook daadwerkelijk een schriftelijke neerslag vindt in het huishoudelijk reglement. Deze tuchtinbreuk kan niet dienen als een soort van vangnetbepaling. Anders oordelen zou immers strijdig zijn met het principe dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken dan omschreven door de Basiswet. Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtcommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre klager werd gesanctioneerd voor het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. Voor het overige blijft de tuchtbeslissing bestaan. Deze gedeeltelijke vernietiging heeft geen invloed op de wettelijk toegestane maximum sanctie.
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee, een tuchtinbreuk van eerste categorie, en het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen, een tuchtinbreuk van tweede categorie, naar aanleiding van een vechtpartij in de sporthal met twee medegedetineerden. De klachtencommissie stelt aan de hand van de motivering van de tuchtbeslissing vast dat de directie zich voor het bewezen verklaren van de feiten, gebaseerd heeft op het RAD. De klachtencommissie meent dat het RAD zorgvuldig werd opgesteld en dat daaruit duidelijk blijkt dat beide gedetineerden aan het vechten waren. De klachtencommissie is van oordeel dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. Voor het bestaan van de tuchtinbreuk is het irrelevant wie de vechtpartij heeft gestart. Dat klager zich louter zou hebben verdedigd, kan wel een belangrijk element zijn in de bepaling van de tuchtsanctie. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van 21 dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan dit maximaal gedurende dertig dagen opgelegd worden. De tuchtsanctie was bijgevolg wettig. De klachtencommissie stelt aan de hand van de motivering van de tuchtbeslissing vast dat de directie het argument van de zelfverdediging niet heeft aangenomen. Zij is hiertoe ook niet verplicht. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie niet onredelijk of onbillijk was gelet op de ernst van de inbreuk en het tuchtrechtelijk verleden van klager.
De klachtencommissie stelt vast dat in de tuchtbeslissing ook een tuchtinbreuk van tweede categorie werd weerhouden, namelijk het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. In de motivering van de tuchtbeslissing werd niet vermeld welke bepaling van het huishoudelijk reglement klager zou hebben geschonden. De klachtencommissie is van oordeel dat dit ook niet afgeleid kan worden uit het tuchtdossier. Een gedetineerde moet nochtans kunnen begrijpen welke motieven de keuze en de maat van de sanctie hebben bepaald. Deze tuchtrechtelijke inbreuk kan bovendien enkel aan de gedetineerde ten laste worden gelegd als de overtreden ‘regel’ een regel betreft die ook daadwerkelijk een schriftelijke neerslag vindt in het huishoudelijk reglement. Deze tuchtinbreuk kan niet dienen als een soort van vangnetbepaling. Anders oordelen zou immers strijdig zijn met het principe dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken dan omschreven door de Basiswet. Om deze redenen is de klacht gedeeltelijk gegrond. De klachtcommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre klager werd gesanctioneerd voor het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen. Voor het overige blijft de tuchtbeslissing bestaan. Deze gedeeltelijke vernietiging heeft geen invloed op de wettelijk toegestane maximum sanctie.