TUCHT - BEWIJS - MOTIVERING
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor een tuchtinbreuk van eerste categorie wegens een vechtpartij op de wandeling met een medegedetineerde. Hoewel er in de tuchtbeslissing geen tuchtinbreuk werd aangekruist, meent de klachtencommissie dat klager aan de hand van de omschreven feiten in de tuchtbeslissing en de motivering van de tuchtbeslissing kon weten dat hij werd gesanctioneerd voor de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee. De klachtencommissie stelt vast dat het rapport aan de directeur (RAD) eenduidig stelt dat beide gedetineerden aan het vechten waren. De klachtencommissie is van oordeel dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. Voor het bestaan van de tuchtinbreuk is het irrelevant wie de vechtpartij heeft gestart.
Dat klager werd aangevallen, is wel een belangrijk element in de bepaling van de tuchtsanctie. De directeur legde een bijzondere tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen individuele wandeling. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan dit maximaal gedurende dertig dagen opgelegd worden. Bovendien was er een verband tussen de feiten en de opgelegde sanctie zodat de bijzondere tuchtsanctie een spiegelende sanctie is. De tuchtsanctie was bijgevolg wettig. De klachtencommissie meent dat de directie verzachtende omstandigheden heeft aangenomen waardoor zij een milde sanctie heeft opgelegd in vergelijking met de ernst van inbreuk, namelijk fysieke agressie. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was. Om deze redenen is de klacht ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.
De klachtencommissie heeft kennisgenomen van het tuchtdossier. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd voor een tuchtinbreuk van eerste categorie wegens een vechtpartij op de wandeling met een medegedetineerde. Hoewel er in de tuchtbeslissing geen tuchtinbreuk werd aangekruist, meent de klachtencommissie dat klager aan de hand van de omschreven feiten in de tuchtbeslissing en de motivering van de tuchtbeslissing kon weten dat hij werd gesanctioneerd voor de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen of de bedreiging daarmee. De klachtencommissie stelt vast dat het rapport aan de directeur (RAD) eenduidig stelt dat beide gedetineerden aan het vechten waren. De klachtencommissie is van oordeel dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren in hoofde van klager. Voor het bestaan van de tuchtinbreuk is het irrelevant wie de vechtpartij heeft gestart.
Dat klager werd aangevallen, is wel een belangrijk element in de bepaling van de tuchtsanctie. De directeur legde een bijzondere tuchtsanctie op in de vorm van zeven dagen individuele wandeling. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan dit maximaal gedurende dertig dagen opgelegd worden. Bovendien was er een verband tussen de feiten en de opgelegde sanctie zodat de bijzondere tuchtsanctie een spiegelende sanctie is. De tuchtsanctie was bijgevolg wettig. De klachtencommissie meent dat de directie verzachtende omstandigheden heeft aangenomen waardoor zij een milde sanctie heeft opgelegd in vergelijking met de ernst van inbreuk, namelijk fysieke agressie. De klachtencommissie is van oordeel dat de sanctie ook niet onredelijk of onbillijk was. Om deze redenen is de klacht ongegrond. De tuchtbeslissing blijft bestaan.