ORDEMAATREGEL - BEZOEK - VERBODEN SUBSTANTIES - MOTIVERING
De directie heeft bij ordemaatregel beslist dat klager gedurende drie maanden geen bezoek meer mag ontvangen van zijn partner. De klachtencommissie weet uit een vorig dossier van klager, dat de partner van klager een bezoekster is van categorie 1 (KC10/23-0122). De directie nam de bestreden schriftelijke ordemaatregel omdat klager na het tafelbezoek met zijn partner, in het bezit werd gevonden van verboden middelen (waaronder 50 gram hasj en wiet). De directie meent dat de bezoekster van klager de leverancier van de drugs was en dat de hoeveelheid wijst op handel. De directie wil door de ordemaatregel de toevoer van drugs in de gevangenis inperken en de veiligheid van personen in de gevangenis en andere bezoekers beschermen. De klachtencommissie volgt de directie in haar standpunt dat het smokkelen van drugs via bezoek een individuele aanwijzing is dat het bezoek tussen klager en zijn partner een ernstig gevaar is voor de handhaving van de orde en de veiligheid. De klachtencommissie stelt daarenboven vast dat klager ook niet ontkend heeft dat het pakket via het bezoek werd binnengebracht.
De klachtencommissie meent echter dat de directie, in strijd met de Basiswet, in de bestreden beslissing heeft nagelaten te motiveren waarom glasbezoek dit gevaar niet zou kunnen afwenden. De klachtencommissie is in de veronderstelling dat via glasbezoek niets kan doorgegeven worden. Om deze reden is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de ordemaatregel. De klachtencommissie draagt de directeur, in toepassing van artikel 158, §3, 1° van de Basiswet, op om binnen de 14 dagen na de betekening van de beslissing van de klachtencommissie een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
De directie heeft bij ordemaatregel beslist dat klager gedurende drie maanden geen bezoek meer mag ontvangen van zijn partner. De klachtencommissie weet uit een vorig dossier van klager, dat de partner van klager een bezoekster is van categorie 1 (KC10/23-0122). De directie nam de bestreden schriftelijke ordemaatregel omdat klager na het tafelbezoek met zijn partner, in het bezit werd gevonden van verboden middelen (waaronder 50 gram hasj en wiet). De directie meent dat de bezoekster van klager de leverancier van de drugs was en dat de hoeveelheid wijst op handel. De directie wil door de ordemaatregel de toevoer van drugs in de gevangenis inperken en de veiligheid van personen in de gevangenis en andere bezoekers beschermen. De klachtencommissie volgt de directie in haar standpunt dat het smokkelen van drugs via bezoek een individuele aanwijzing is dat het bezoek tussen klager en zijn partner een ernstig gevaar is voor de handhaving van de orde en de veiligheid. De klachtencommissie stelt daarenboven vast dat klager ook niet ontkend heeft dat het pakket via het bezoek werd binnengebracht.
De klachtencommissie meent echter dat de directie, in strijd met de Basiswet, in de bestreden beslissing heeft nagelaten te motiveren waarom glasbezoek dit gevaar niet zou kunnen afwenden. De klachtencommissie is in de veronderstelling dat via glasbezoek niets kan doorgegeven worden. Om deze reden is de klacht gegrond. De klachtencommissie vernietigt de ordemaatregel. De klachtencommissie draagt de directeur, in toepassing van artikel 158, §3, 1° van de Basiswet, op om binnen de 14 dagen na de betekening van de beslissing van de klachtencommissie een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak.