KC10/23-0171
Non fondée
Irrecevable
KC - Hasselt
Commission des plaintes
Disciplinaire
Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - TUCHT - BEWIJS
Er werd een RAD opgemaakt omdat de beambte een vechtpartij op de wandeling opmerkte. De opsteller van het RAD zag hoe een gedetineerde slagen kreeg toebedeeld van een medegedetineerde waardoor hij op de grond viel. Toen de gedetineerde opnieuw wou recht staan, zag opsteller hoe klager ook enkele slagen uitdeelde aan het slachtoffer. Klager betwist de vaststellingen in het rapport en ontkent geslagen te hebben. Klager diende in zijn eerste klacht, klacht in tegen het rapport. Het opmaken van een rapport aan de directeur is echter een beslissing van een personeelslid en niet van de directeur. Deze klacht is onontvankelijk.
In zijn tweede klacht diende klager wel klacht in tegen de tuchtbeslissing. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting ontkende klager zijn medegedetineerde te hebben geslagen. Volgens zijn raadsman werd het RAD niet zorgvuldig opgesteld en werden de feiten niet grondig onderzocht. Zo zouden er geen handtekeningen op het RAD staan, werd niet vermeld wat het vermeende slachtoffer zou gezegd hebben, zijn er geen camerabeelden beschikbaar, werd niets gevraagd aan het vermeende slachtoffer en werd niet gevraagd aan de opsteller van het RAD wie hij precies heeft zien slaan. De directeur sanctioneerde klager voor de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, een tuchtrechtelijke inbreuk van eerste categorie. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren op grond van het RAD dat wel degelijk ondertekend werd door de opsteller. De klachtencommissie meent dat de opsteller van het RAD de vaststellingen helder en eenduidig heeft weergegeven, met inbegrip van het noemen van de betrokken gedetineerden bij naam. De klachtencommissie is tenslotte van oordeel dat de omstandigheid dat het slachtoffer iets zou gezegd hebben, irrelevant zou zijn om de inbreuk bewezen te verklaren. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van veertien dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan maximaal dertig dagen ATV opgelegd worden zodat de tuchtsanctie wettig was en bijzonder mild gelet op de aard van de inbreuk. Om deze redenen is de klacht ongegrond.
Er werd een RAD opgemaakt omdat de beambte een vechtpartij op de wandeling opmerkte. De opsteller van het RAD zag hoe een gedetineerde slagen kreeg toebedeeld van een medegedetineerde waardoor hij op de grond viel. Toen de gedetineerde opnieuw wou recht staan, zag opsteller hoe klager ook enkele slagen uitdeelde aan het slachtoffer. Klager betwist de vaststellingen in het rapport en ontkent geslagen te hebben. Klager diende in zijn eerste klacht, klacht in tegen het rapport. Het opmaken van een rapport aan de directeur is echter een beslissing van een personeelslid en niet van de directeur. Deze klacht is onontvankelijk.
In zijn tweede klacht diende klager wel klacht in tegen de tuchtbeslissing. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting ontkende klager zijn medegedetineerde te hebben geslagen. Volgens zijn raadsman werd het RAD niet zorgvuldig opgesteld en werden de feiten niet grondig onderzocht. Zo zouden er geen handtekeningen op het RAD staan, werd niet vermeld wat het vermeende slachtoffer zou gezegd hebben, zijn er geen camerabeelden beschikbaar, werd niets gevraagd aan het vermeende slachtoffer en werd niet gevraagd aan de opsteller van het RAD wie hij precies heeft zien slaan. De directeur sanctioneerde klager voor de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, een tuchtrechtelijke inbreuk van eerste categorie. De klachtencommissie besluit dat de directeur in redelijkheid en billijkheid de tuchtinbreuk kon bewezen verklaren op grond van het RAD dat wel degelijk ondertekend werd door de opsteller. De klachtencommissie meent dat de opsteller van het RAD de vaststellingen helder en eenduidig heeft weergegeven, met inbegrip van het noemen van de betrokken gedetineerden bij naam. De klachtencommissie is tenslotte van oordeel dat de omstandigheid dat het slachtoffer iets zou gezegd hebben, irrelevant zou zijn om de inbreuk bewezen te verklaren. De directeur legde een algemene tuchtsanctie op in de vorm van veertien dagen ATV. Voor een tuchtinbreuk van eerste categorie kan maximaal dertig dagen ATV opgelegd worden zodat de tuchtsanctie wettig was en bijzonder mild gelet op de aard van de inbreuk. Om deze redenen is de klacht ongegrond.