Ga verder naar de inhoud

KC10/23-0091

Non fondée KC - Hasselt Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - SANCTIE - PROPORTIONALITEIT

Gelet op haar bekentenis tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting en de inhoud van haar klachtenformulier, betwist klager de tuchtinbreuk en bijgevolg het opleggen van een sanctie, niet. Klager vraagt echter om haar tuchtsanctie in te korten. Bijgevolg beperkt de klachtencommissie haar onderzoek tot de wettelijkheid en redelijkheid van de straftoemeting. Klager werd gesanctioneerd voor het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties, een inbreuk van eerste categorie. De directeur heeft hiervoor een algemene tuchtsanctie van 21 dagen ATV opgelegd.

De Basiswet bepaalt dat de directeur de keuze heeft over de aard en de omvang van de tuchtsanctie. De directeur dient echter enerzijds rekening te houden met de wettelijk bepaalde maximumsancties en anderzijds met de evenredigheid tussen de ernst van de inbreuk en de duur van de sanctie. Voor een inbreuk van eerste categorie kan maximaal dertig dagen ATV worden opgelegd. De opgelegde tuchtsanctie was bijgevolg wettig. De directeur heeft in de motivering van de tuchtbeslissing uitgelegd waarom hij een effectieve sanctie gerechtvaardigd vond. Binnen de gevangenis gelden immers dezelfde wetten als buiten, bezit of gebruik van speed is nu eenmaal verboden. De klachtencommissie is van oordeel dat deze tuchtsanctie niet onredelijk of onbillijk is gelet op de ernst van de inbreuk. Hoewel de klachtencommissie heeft vastgesteld dat het gaat om een eerste tuchtinbreuk, is de directie niet verplicht om hiermee rekening te houden in de straftoemeting. De klacht is ongegrond.