Ga verder naar de inhoud

KC10/23-0068

Non fondée Fondée KC - Hasselt Commission des plaintes Mesure d'ordre Fouille à corps
FOUILLE LICHAAM - ORDEMAATREGEL - BEZOEK

Een onderzoek aan het lichaam kan enkel door de directeur worden bevolen wanneer hij van oordeel is dat er individuele aanwijzingen zijn dat het onderzoek aan de kledij niet zou volstaan/niet volstaat om na te gaan of de gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. De directie heeft een naaktfouille bevolen omdat klager was omgeven door een walm van cannabisgeur. Bij een summiere fouille werd niks gevonden. Om deze reden was een lichaamsfouille aangewezen. De klachtencommissie is van oordeel dat de motivering van de beslissing concrete en geïndividualiseerde elementen bevat waarom de directeur het vermoeden had dat klager in het bezit zou zijn van drugs. In de beslissing werd bovendien vermeld dat een onderzoek aan de kledij niet volstond om de drugs te vinden. De klachtencommissie is van oordeel dat de beslissing tot het opleggen van een fouillering op het lichaam voldeed aan de voorwaarden uit de Basiswet. De klacht is ongegrond.

Naast de beslissing om een naaktfouille op te leggen, klaagt klager ook de wijze waarop de naaktfouille werd uitgevoerd, aan. De Basiswet regelt enkele aspecten inzake de uitvoering van de fouillering op het lichaam meer in detail. Zo dient de fouillering op het lichaam plaats te vinden in een gesloten ruimte, mogen er geen andere gedetineerden aanwezig zijn bij de fouille en dient de fouille door minimum twee leden van hetzelfde geslacht als de gedetineerde te gebeuren. De fouillering op het lichaam mag geen tergend karakter hebben en moet gebeuren met eerbiediging voor de waardigheid van de gedetineerde. De verschillende stappen van de uitvoering worden vastgelegd in bijlage 3 van de Collectieve brief nr. 141 van 10 september 2018. Klager voert aan dat hij aanvankelijk geen handdoek zou hebben gekregen, dat hij zou zijn gewurgd, dat ze zijn slip hebben uitgetrokken en dat ze met acht mensen in het lokaal stonden. In het rapport aan de directeur (RAD) dat werd opgemaakt naar aanleiding van de naaktfouille staat beschreven dat er naast de opsteller, slechts drie getuigen waren (en dus geen acht). Volgens het RAD en de voorgeschreven procedure kreeg klager wel een handdoek. Het RAD vermeldt dat ze inderdaad lichte dwang hebben gebruikt omdat klager opstandig werd tijdens de fouille. In het RAD staat tenslotte niet beschreven dat ze zijn slip hebben uitgetrokken. In het RAD staat daarentegen dat ze zijn handdoek hebben afgenomen toen bleek dat hij een tweede onderbroek aanhad en zijn handdoek niet wou afgeven hetgeen de fouille belemmerde. Gelet op de vaststellingen in het RAD, heeft de klachtencommissie geen redenen om te besluiten dat de uitvoering van de fouille gebrekkig was. De klacht is ongegrond.

De vrouw van klager wordt in gevolge de ordemaatregel de toegang tot de gevangenis gedurende zestig dagen ontzegd. De directeur kan het bezoek met een bezoekster van categorie 1 (waaronder een echtgenoot) slechts voorlopig ontzeggen wanneer er geïndividualiseerde aanwijzingen bestaan dat het bezoek de handhaving van de orde of de veiligheid ernstig in gevaar kan brengen én wanneer glasbezoek ontoereikend is om het gevaar af te wenden. De voorlopige ontzegging moet schriftelijk en gemotiveerd zijn. De schriftelijke ordemaatregel van de directie vermeldt louter het volgende: “Bezoeker wordt voor twee maanden (zestig dagen) de toegang tot de inrichting ontzegd." Een motivering met daarin de vermelding van geïndividualiseerde aanwijzingen waarom het bezoek van de vrouw van klager de handhaving van de orde of de veiligheid ernstig in gevaar kan brengen én waarom glasbezoek dat gevaar niet zou kunnen afwenden, ontbreekt volledig. Nochtans is de directie verplicht om al haar beslissingen genomen in het kader van de Basiswet te motiveren. De klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de ordemaatregel.