TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - MOTIVERING
Er werd een RAD opgemaakt voor klager. Opsteller was bezig met het binnenhalen van de wandeling toen hij geklop op een winket hoorde. Opsteller en zijn collega spraken klager er tweemaal op aan dat hij niet mag kloppen op het winket waarop klager neus aan neus met opsteller kwam staan en hem beledigde. Klager duwde opsteller waarop opsteller klager vastnam en in bedwang probeerde te houden. Collega’s van opsteller zijn vervolgens komen helpen. Klager bleef zich verbaal agressief gedragen tegen opsteller en heeft tenslotte bedreigingen geuit. Klager werd enkel tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen of de bedreiging daarmee. De omschrijving van de feiten bovenaan de tuchtbeslissing en de motivering van de tuchtbeslissing komen echter niet overeen met de weerhouden tuchtinbreuk. De omschrijving van de feiten als “verbaal geweld tegenover personeel en dreiging met fysiek geweld” laat uitschijnen dat de directeur klager ook wou sanctioneren voor de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° van de Basiswet). Deze tuchtrechtelijke inbreuk weerspiegelt de vaststelling uit het RAD dat klager bedreigingen heeft geuit naar opsteller. Dit vermoeden wordt versterkt door de motivering van de tuchtbeslissing: “… heeft de fysieke integriteit van een PBA in het gedrag gebracht door met zijn hoofd tegen het hoofd van een PBA te gaan staan. Hij nam hierbij een dreigende houding aan, waarbij hij verbaal agressief werd.” Desondanks deze verwijzingen naar de aantasting van de fysieke integriteit of de bedreiging daarmee, werd enkel de aantasting van de psychische integriteit weerhouden als tuchtinbreuk. De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtbeslissing verwarrend is opgesteld en dat de omschrijving van de feiten en de motivering van de tuchtbeslissing, niet overeenkomen met de weerhouden tuchtrechtelijke kwalificatie. Gelet op het bovenstaande, kon klager zodoende onmogelijk de precieze draagwijdte kennen van de ten aanzien van hem genomen tuchtbeslissing. De klacht is gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing gedeeltelijk voor wat betreft de motivering. De klachtencommissie draagt de directeur, in toepassing van artikel 158, §3, 1° van de Basiswet, op om binnen de zeven dagen na de betekening van de beslissing van de klachtencommissie een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Er werd een RAD opgemaakt voor klager. Opsteller was bezig met het binnenhalen van de wandeling toen hij geklop op een winket hoorde. Opsteller en zijn collega spraken klager er tweemaal op aan dat hij niet mag kloppen op het winket waarop klager neus aan neus met opsteller kwam staan en hem beledigde. Klager duwde opsteller waarop opsteller klager vastnam en in bedwang probeerde te houden. Collega’s van opsteller zijn vervolgens komen helpen. Klager bleef zich verbaal agressief gedragen tegen opsteller en heeft tenslotte bedreigingen geuit. Klager werd enkel tuchtrechtelijk gesanctioneerd wegens de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen of de bedreiging daarmee. De omschrijving van de feiten bovenaan de tuchtbeslissing en de motivering van de tuchtbeslissing komen echter niet overeen met de weerhouden tuchtinbreuk. De omschrijving van de feiten als “verbaal geweld tegenover personeel en dreiging met fysiek geweld” laat uitschijnen dat de directeur klager ook wou sanctioneren voor de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit of de bedreiging daarmee (artikel 129, 1° van de Basiswet). Deze tuchtrechtelijke inbreuk weerspiegelt de vaststelling uit het RAD dat klager bedreigingen heeft geuit naar opsteller. Dit vermoeden wordt versterkt door de motivering van de tuchtbeslissing: “… heeft de fysieke integriteit van een PBA in het gedrag gebracht door met zijn hoofd tegen het hoofd van een PBA te gaan staan. Hij nam hierbij een dreigende houding aan, waarbij hij verbaal agressief werd.” Desondanks deze verwijzingen naar de aantasting van de fysieke integriteit of de bedreiging daarmee, werd enkel de aantasting van de psychische integriteit weerhouden als tuchtinbreuk. De klachtencommissie stelt vast dat de tuchtbeslissing verwarrend is opgesteld en dat de omschrijving van de feiten en de motivering van de tuchtbeslissing, niet overeenkomen met de weerhouden tuchtrechtelijke kwalificatie. Gelet op het bovenstaande, kon klager zodoende onmogelijk de precieze draagwijdte kennen van de ten aanzien van hem genomen tuchtbeslissing. De klacht is gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing gedeeltelijk voor wat betreft de motivering. De klachtencommissie draagt de directeur, in toepassing van artikel 158, §3, 1° van de Basiswet, op om binnen de zeven dagen na de betekening van de beslissing van de klachtencommissie een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van deze uitspraak.