KC10/23-0045
Fondée
Compensation
KC - Hasselt
Commission des plaintes
Disciplinaire
TUCHT - KWALIFICATIE INBREUK - TEGEMOETKOMING
De directeur heeft klager gesanctioneerd met een bijzondere tuchtsanctie in de vorm van zeven dagen individuele wandeling, van 22.04.2023 tot en met 28.04.2023. De directeur motiveert in zijn tuchtbeslissing dat zelfs een schijngevecht niet getolereerd kan worden aangezien een schijngevecht zeer gemakkelijk kan ontaarden in een reëel gevecht. De klachtencommissie nam kennis van de tuchtbeslissing. Bovenaan de tuchtbeslissing werd aangekruist dat het om een tuchtinbreuk van eerste categorie zou gaan. In de kolom van inbreuken van eerste categorie werd echter geen tuchtrechtelijke inbreuk aangekruist. In de kolom van inbreuken van tweede categorie werd daarentegen (weliswaar moeilijk leesbaar) het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen aangevinkt. In de motivering van de tuchtbeslissing werd echter niet vermeld welke bepaling van het huishoudelijk reglement werd geschonden. Een gedetineerde moet nochtans kunnen begrijpen welke motieven de keuze en de maat van de sanctie hebben bepaald. Deze tuchtrechtelijke inbreuk kan bovendien enkel aan de gedetineerde ten laste worden gelegd als de overtreden ‘regel’ een regel betreft die ook daadwerkelijk een schriftelijke neerslag vindt in het huishoudelijk reglement. Deze tuchtinbreuk kan niet dienen als een soort van vangnetbepaling. Anders oordelen zou immers strijdig zijn met het principe dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken dan omschreven door de Basiswet.
De klacht is gegrond. De klachtencommissie kent één extra gemeenschappelijke wandeling toe als compensatie.
De directeur heeft klager gesanctioneerd met een bijzondere tuchtsanctie in de vorm van zeven dagen individuele wandeling, van 22.04.2023 tot en met 28.04.2023. De directeur motiveert in zijn tuchtbeslissing dat zelfs een schijngevecht niet getolereerd kan worden aangezien een schijngevecht zeer gemakkelijk kan ontaarden in een reëel gevecht. De klachtencommissie nam kennis van de tuchtbeslissing. Bovenaan de tuchtbeslissing werd aangekruist dat het om een tuchtinbreuk van eerste categorie zou gaan. In de kolom van inbreuken van eerste categorie werd echter geen tuchtrechtelijke inbreuk aangekruist. In de kolom van inbreuken van tweede categorie werd daarentegen (weliswaar moeilijk leesbaar) het niet-naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen aangevinkt. In de motivering van de tuchtbeslissing werd echter niet vermeld welke bepaling van het huishoudelijk reglement werd geschonden. Een gedetineerde moet nochtans kunnen begrijpen welke motieven de keuze en de maat van de sanctie hebben bepaald. Deze tuchtrechtelijke inbreuk kan bovendien enkel aan de gedetineerde ten laste worden gelegd als de overtreden ‘regel’ een regel betreft die ook daadwerkelijk een schriftelijke neerslag vindt in het huishoudelijk reglement. Deze tuchtinbreuk kan niet dienen als een soort van vangnetbepaling. Anders oordelen zou immers strijdig zijn met het principe dat een gedetineerde tuchtrechtelijk niet gestraft mag worden voor andere inbreuken dan omschreven door de Basiswet.
De klacht is gegrond. De klachtencommissie kent één extra gemeenschappelijke wandeling toe als compensatie.