TUCHT - VERBODEN VOORWERPEN - KWALIFICATIE
Er werd een rapport aan de directeur (RAD) opgemaakt naar aanleiding van een celcontrole in de cel van klager. Er werden verschillende verboden voorwerpen gevonden. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting verklaarde klager dat hij de neiging heeft om te verzamelen. Klager weerlegt het vermoeden van de directeur dat hij een handeltje zou drijven. De directeur uit vooral de bezorgdheid over de messen en de gsm’s. Gelijkaardige messen werden ook op andere cellen gevonden. Klager geeft toe dat hij die messen inderdaad gebruikt. Klager verklaart bovendien dat wanneer hij de kans krijgt, hij meerdere gsm’s aankoopt zodat hij reserve heeft. In de tuchtbeslissing werden de inbreuken bewezen verklaard en gekwalificeerd als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties en het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken.
Gelet op de bekentenis van klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, kon de directie de vondst van de verschillende gsm’s kwalificeren als het bezit of het gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken, een inbreuk van eerste categorie. De klachtencommissie is echter van oordeel dat de directeur, op basis van de vaststellingen in het rapport en de verklaringen van klager tijdens de zitting, het bezit van de overige voorwerpen niet kon kwalificeren als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. Deze tuchtinbreuk slaat immers op voorwerpen of substanties die ook in de vrije samenleving verboden zijn, zoals drugs en wapens. Dat was in casu niet het geval. De messen die op de cel van klager werden gevonden zijn blanke wapens die vrij verkrijgbaar zijn in de samenleving en zijn dus geen verboden wapens volgens de wapenwetgeving. Zoals de motivering van de tuchtbeslissing ook stelt, zijn messen echter niet toegelaten in de gevangenis op basis van het huishoudelijk reglement. Het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen is echter een tuchtinbreuk van tweede categorie.
De klacht is gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre de feiten gekwalificeerd worden als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. De klachtencommissie zegt dat haar uitspraak in de plaats treedt en de feiten gekwalificeerd dienen te worden als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen.
Er werd een rapport aan de directeur (RAD) opgemaakt naar aanleiding van een celcontrole in de cel van klager. Er werden verschillende verboden voorwerpen gevonden. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting verklaarde klager dat hij de neiging heeft om te verzamelen. Klager weerlegt het vermoeden van de directeur dat hij een handeltje zou drijven. De directeur uit vooral de bezorgdheid over de messen en de gsm’s. Gelijkaardige messen werden ook op andere cellen gevonden. Klager geeft toe dat hij die messen inderdaad gebruikt. Klager verklaart bovendien dat wanneer hij de kans krijgt, hij meerdere gsm’s aankoopt zodat hij reserve heeft. In de tuchtbeslissing werden de inbreuken bewezen verklaard en gekwalificeerd als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties en het bezit of gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken.
Gelet op de bekentenis van klager tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting, kon de directie de vondst van de verschillende gsm’s kwalificeren als het bezit of het gebruik van technologische middelen die onregelmatige communicatie met de buitenwereld mogelijk maken, een inbreuk van eerste categorie. De klachtencommissie is echter van oordeel dat de directeur, op basis van de vaststellingen in het rapport en de verklaringen van klager tijdens de zitting, het bezit van de overige voorwerpen niet kon kwalificeren als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. Deze tuchtinbreuk slaat immers op voorwerpen of substanties die ook in de vrije samenleving verboden zijn, zoals drugs en wapens. Dat was in casu niet het geval. De messen die op de cel van klager werden gevonden zijn blanke wapens die vrij verkrijgbaar zijn in de samenleving en zijn dus geen verboden wapens volgens de wapenwetgeving. Zoals de motivering van de tuchtbeslissing ook stelt, zijn messen echter niet toegelaten in de gevangenis op basis van het huishoudelijk reglement. Het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen is echter een tuchtinbreuk van tweede categorie.
De klacht is gedeeltelijk gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing in zoverre de feiten gekwalificeerd worden als het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties. De klachtencommissie zegt dat haar uitspraak in de plaats treedt en de feiten gekwalificeerd dienen te worden als het niet naleven van de door het huishoudelijk reglement voorgeschreven bepalingen.