TUCHT - MOTIVERING - TOEREKENBAARHEID - KWALIFICATIE INBREUK - VRIJE TIJD
De literaire vrijheid waar klager zich op beroept is niet onbeperkt. Artikel 6 van de Basiswet bepaalt: “De gedetineerde wordt aan geen andere beperking van zijn politieke, burgerlijke, sociale, economische of culturele rechten onderworpen dan deze die uit de strafrechtelijke veroordeling of uit de vrijheidsbenemende maatregel voortvloeien, deze die onlosmakelijk met de vrijheidsbeneming verbonden zijn en deze die door of krachtens de wet worden bepaald.” Artikel 106 van de Basiswet bepaalt: “De gedetineerde heeft de plicht er zorg voor te dragen dat hij door zijn gedrag ten opzichte van het personeel, medegedetineerden en andere personen de orde en de veiligheid niet in gevaar brengt of verstoort.” In het licht van deze bepalingen is het volgens de Klachtencommissie evident dat klager er zich van dient te onthouden om bedreigende teksten (zoals “fuck iedere cipier, ik ga er een paar liquideren met deze chrome 4”) te noteren op rapportbriefjes die bij uitstek bedoeld zijn om onder ogen van personeel en directie te komen. De Klachtencommissie acht het dan ook redelijk dat de directie hetgeen neergeschreven werd in het rapportbriefje waarvan melding gemaakt wordt in het RAD van 1 mei 2022 kwalificeerde als zijnde de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 2° van de Basiswet). De motivering voldoet aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet. Bovendien acht de Klachtencommissie de opgelegde voorwaardelijke sanctie zeer redelijk. De klacht is ongegrond.
De literaire vrijheid waar klager zich op beroept is niet onbeperkt. Artikel 6 van de Basiswet bepaalt: “De gedetineerde wordt aan geen andere beperking van zijn politieke, burgerlijke, sociale, economische of culturele rechten onderworpen dan deze die uit de strafrechtelijke veroordeling of uit de vrijheidsbenemende maatregel voortvloeien, deze die onlosmakelijk met de vrijheidsbeneming verbonden zijn en deze die door of krachtens de wet worden bepaald.” Artikel 106 van de Basiswet bepaalt: “De gedetineerde heeft de plicht er zorg voor te dragen dat hij door zijn gedrag ten opzichte van het personeel, medegedetineerden en andere personen de orde en de veiligheid niet in gevaar brengt of verstoort.” In het licht van deze bepalingen is het volgens de Klachtencommissie evident dat klager er zich van dient te onthouden om bedreigende teksten (zoals “fuck iedere cipier, ik ga er een paar liquideren met deze chrome 4”) te noteren op rapportbriefjes die bij uitstek bedoeld zijn om onder ogen van personeel en directie te komen. De Klachtencommissie acht het dan ook redelijk dat de directie hetgeen neergeschreven werd in het rapportbriefje waarvan melding gemaakt wordt in het RAD van 1 mei 2022 kwalificeerde als zijnde de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee (artikel 129, 2° van de Basiswet). De motivering voldoet aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet. Bovendien acht de Klachtencommissie de opgelegde voorwaardelijke sanctie zeer redelijk. De klacht is ongegrond.