TUCHT - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING - SANCTIE
Met betrekking tot de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen voert klager aan dat hij enkel is tussengekomen in een ruzie om de gemoederen te bedaren, maar dat dit jammer genoeg uit de hand is gelopen. Hij omschrijft zijn rol als figurant. In zijn klacht verzoekt hij om de camerabeelden te bekijken. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting werd deze vraag niet opgeworpen. De Klachtencommissie acht het redelijk dat de directeur is voortgegaan op de materiële vaststellingen zoals beschreven in het RAD van 14 maart 2022, de beschreven feiten gekwalificeerd heeft als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen (artikel 129, 1° van de Basiswet) en deze feiten aan klager heeft toegerekend. De motivering voldoet aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet.
Met betrekking tot de opzettelijke aantasting van de orde luidt de motivering enkel: “Daar agressie niet alleen onaanvaardbaar is in een gevangenis maar ook de orde en veiligheid in het gedrang brengt werd bovengenoemde sanctie genomen.” De Klachtencommissie vindt de motivering met betrekking tot deze inbreuk dan ook gebrekkig. Met dit deel van de motivering wordt in één zin de fysieke agressie, die reeds gekwalificeerd werd als een opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, bijkomend gekwalificeerd als een andere inbreuk zonder dat gemotiveerd wordt in welke zin het gedrag van klager een opzettelijke aantasting van de orde uitmaakt. Hierbij wordt ook melding gemaakt van de ‘veiligheid’, hoewel de inbreuk van artikel 129, 5° van de Basiswet hier niet van spreekt. Deze tweede inbreuk, wordt vervolgens meteen aangewend om de zwaarte van de sanctie te verantwoorden. De motivering voldoet voor deze inbreuk niet aan de vereisten van artikel 144 §6 j° artikel 8 van de Basiswet.
De directeur koos voor de bijzondere tuchtsanctie van het verbod om deel te nemen aan culturele, sportieve of ontspanningsactiviteiten in gemeenschappelijk verband (artikel 133, 5° van de Basiswet). Dergelijke bijzondere tuchtsanctie moet steeds in verband staan met de aard of de omstandigheden van de tuchtrechtelijke inbreuk (artikel 133 van de Basiswet). Hoewel volgens de Klachtencommissie de keuze voor deze bijzondere tuchtsanctie te verantwoorden valt, gelet op het feit dat de fysieke agressie zich voordeed op de gemeenschappelijke wandeling, wordt de keuze voor deze sanctie niet gemotiveerd. Nochtans is dit vereist in het licht van artikel 143 §1 j° artikel 8 van de Basiswet. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing van 16 maart 2022 wordt vernietigd. De directie moet binnen de 7 dagen volgend op de betekening een nieuwe beslissing nemen.
Met betrekking tot de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen voert klager aan dat hij enkel is tussengekomen in een ruzie om de gemoederen te bedaren, maar dat dit jammer genoeg uit de hand is gelopen. Hij omschrijft zijn rol als figurant. In zijn klacht verzoekt hij om de camerabeelden te bekijken. Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting werd deze vraag niet opgeworpen. De Klachtencommissie acht het redelijk dat de directeur is voortgegaan op de materiële vaststellingen zoals beschreven in het RAD van 14 maart 2022, de beschreven feiten gekwalificeerd heeft als de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen (artikel 129, 1° van de Basiswet) en deze feiten aan klager heeft toegerekend. De motivering voldoet aan de vereisten van artikel 8 van de Basiswet.
Met betrekking tot de opzettelijke aantasting van de orde luidt de motivering enkel: “Daar agressie niet alleen onaanvaardbaar is in een gevangenis maar ook de orde en veiligheid in het gedrang brengt werd bovengenoemde sanctie genomen.” De Klachtencommissie vindt de motivering met betrekking tot deze inbreuk dan ook gebrekkig. Met dit deel van de motivering wordt in één zin de fysieke agressie, die reeds gekwalificeerd werd als een opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, bijkomend gekwalificeerd als een andere inbreuk zonder dat gemotiveerd wordt in welke zin het gedrag van klager een opzettelijke aantasting van de orde uitmaakt. Hierbij wordt ook melding gemaakt van de ‘veiligheid’, hoewel de inbreuk van artikel 129, 5° van de Basiswet hier niet van spreekt. Deze tweede inbreuk, wordt vervolgens meteen aangewend om de zwaarte van de sanctie te verantwoorden. De motivering voldoet voor deze inbreuk niet aan de vereisten van artikel 144 §6 j° artikel 8 van de Basiswet.
De directeur koos voor de bijzondere tuchtsanctie van het verbod om deel te nemen aan culturele, sportieve of ontspanningsactiviteiten in gemeenschappelijk verband (artikel 133, 5° van de Basiswet). Dergelijke bijzondere tuchtsanctie moet steeds in verband staan met de aard of de omstandigheden van de tuchtrechtelijke inbreuk (artikel 133 van de Basiswet). Hoewel volgens de Klachtencommissie de keuze voor deze bijzondere tuchtsanctie te verantwoorden valt, gelet op het feit dat de fysieke agressie zich voordeed op de gemeenschappelijke wandeling, wordt de keuze voor deze sanctie niet gemotiveerd. Nochtans is dit vereist in het licht van artikel 143 §1 j° artikel 8 van de Basiswet. De klacht is gegrond. De tuchtbeslissing van 16 maart 2022 wordt vernietigd. De directie moet binnen de 7 dagen volgend op de betekening een nieuwe beslissing nemen.