Ga verder naar de inhoud

KC10/22-0005

Irrecevable KC - Hasselt Commission des plaintes Disciplinaire
TUCHT - TERMIJN - BEVOEGDHEID - KLACHTENPROCEDURE

Artikel 150 §2 van de Basiswet vereist dat men in de klacht zo nauwkeurig mogelijk de beslissing waarover geklaagd wordt en de redenen van de klacht dient te vermelden. Klager beklaagt zich over een ‘beslissing’ van 3 februari 2022 en spreekt daarbij over een aantal zaken die vermeld worden in een RAD dat dateert van die dag. Artikel 150 §5 van de Basiswet bepaalt dat de klacht dient te worden ingediend uiterlijk de zevende dag na die waarop de gedetineerde kennis heeft gekregen van de beslissing waarover hij zich wenst te beklagen. Gelet op deze bepaling is een klacht die gericht is tegen een toekomstige beslissing onontvankelijk. In casu werd de klacht genoteerd op 5 februari 2022. De tuchtbeslissing werd pas genomen op 7 februari 2022. De klacht is dan ook niet gericht tegen de tuchtbeslissing die op basis van het RAD werd genomen maar tegen het RAD zelf, hetgeen geen beslissing van de directeur in de zin van artikel 148 van de Basiswet uitmaakt. De klacht is onontvankelijk.