Ga verder naar de inhoud

KC09/26-0063

Fondée KC - Gent Commission des plaintes Disciplinaire
FOUILLE LICHAAM - TUCHT - UITVOERING - VERZUIM

De klacht is gericht tegen:
1) de beslissing tot fouillering op het lichaam van 27 januari 2026;
2) een patroon van wekelijkse fouilles op het lichaam;
3) de tuchtbeslissing van 4 februari 2026;
4) het niet-naleven van een beslissing van de klachtencommissie.

1) De fouille op het lichaam van 27 januari 2026

Hoewel er wordt verwezen naar een individuele aanwijzing van het bezit van verboden substanties (m.n. het zichtbaar onder invloed zijn van klager), motiveert de directie op geen enkele manier waarom een fouillering aan de kledij niet zou volstaan om na te gaan of klager in het bezit was van deze verboden substanties. Wanneer er andere minder ingrijpende methoden zijn om het doel te bereiken (bijvoorbeeld voor het vinden van bepaalde goederen), moet men eerst deze uitputten. De wet bepaalt niet dat men voor de fouille op het lichaam eerst een fouille op de kledij doet. Wanneer een minder ingrijpende methode, zoals bijvoorbeeld een fouille op de kledij, niet volstaat, moet men echter wel motiveren waarom dat zo is. De motivering voldoet niet aan dit aspect.

De klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de bestreden beslissing.

2) Het patroon van wekelijkse fouilles op het lichaam

Klager verwijst in zijn relaas niet naar concrete beslissingen door of namens de directie die werden genomen op bepaalde data en staaft zijn beweringen op geen enkele manier. De klachtencommissie kan hierdoor niet nagaan op welke fouilleringen op welke data de klacht betrekking heeft, en of er al dan niet sprake is van een (onwettig) patroon van fouilles op het lichaam.

De klacht is daarom niet-ontvankelijk.

3) De tuchtbeslissing van 4 februari 2026

Het RAD beschrijft hoe klager te laat uit de kamer van het ongestoord bezoek kwam. Zowel klager als zijn partner leken onder invloed. De beambte die het RAD opstelde schrijft dat klager verward leek en helemaal bezweet was en dat ook zijn partner verward was. Bij controle van de kamer stond er een bekertje met een verdachte vloeistof op tafel. Naar aanleiding van dit RAD werd klager gesanctioneerd met 30 dagen geen ongestoord bezoek voor de tuchtinbreuk ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’ .

De directie baseert de tuchtbeslissing op de bewoording ‘verdachte vloeistof’ uit het RAD. In het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting wordt niets vermeld over deze vloeistof. Nochtans stelt klager dat dit wel degelijk ter sprake kwam en dat de directie hierbij zou hebben toegegeven dat er niets in het plastic potje zat en dat er geen test werd uitgevoerd. De directie gaat hier niet verder op in. Ook in de motivering van de tuchtbeslissing geeft de directie hierover geen verdere toelichting. Er worden geen concrete elementen, zoals geur of uitzicht door de directie aangehaald die erop zouden moeten wijzen dat de verdachte vloeistof een ‘door of krachtens de wet verboden substantie’ is. Uit het dossier blijkt bovendien niet dat de vloeistof onderzocht werd, evenmin werd de vloeistof op enig moment benoemd. Het is volgens de klachtencommissie dan ook niet bewezen dat er effectief sprake was van een verboden substantie.

Verder stelt de directie nog, verwijzend naar het RAD, dat klager een verwarde indruk maakte en bezweet was. Dit alleen kan onvoldoende bewijs vormen voor het bewezen zijn van de tuchtinbreuk ‘het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties’. Bovendien maakt klager ter zitting aannemelijk dat hij , door de combinatie van medicatie die hij dient te nemen én de viagra , telkens fel bezweet geraakt.

De directie kon de feiten en de inbreuk louter op basis van de beschikbare informatie dus niet bewezen verklaren.

De klachtencommissie stelt daarnaast vast dat uit het dossier blijkt dat klager eerst werd opgeroepen voor een rapport bij de directeur en dat pas omdat klager hiervoor niet kwam opdagen, een tuchtprocedure werd opgestart. Het kan volgens de klachtencommissie niet de bedoeling zijn om een tuchtprocedure op te starten omdat een gedetineerde weigert om op rapport te komen, te meer omdat uit dit dossier blijkt dat klager niet wist waarom hij opgeroepen werd en geen weet had van het bestaan of de inhoud van het RAD. Het komt op de klachtencommissie bovendien niet onredelijk over dat iemand opstapt na twee uur wachten voor een rapport als men zich niet bewust is van het feit dat er hem mogelijk een tuchtprocedure boven het hoofd hangt.

De klacht is gegrond. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing en draagt de directie op elk spoor van de beslissing uit het tuchtregister van klager te wissen.

4) Het niet-naleven van een beslissing van de klachtencommissie.

Klager verwijst naar de beslissing van de klachtencommissie met datum 30 december 2025. Dit betreft de beslissing met referte KC09/25-0576.

In haar beslissing vernietigde de klachtencommissie de tuchtbeslissing van 18 december 2025 waarbij klager werd gesanctioneerd met 30 dagen geen ongestoord bezoek. De klachtencommissie droeg de directie op om de tuchtsanctie onmiddellijk stop te zetten en de tuchtbeslissing uit het tuchtregister van klager te verwijderen.

Klager geeft aan dat de tuchtmaatregel niet onmiddellijk werd stopgezet, maar slechts werd ingekort tot een maatregel van de tweede categorie. Bovendien werd deze niet verwijderd uit zijn tuchtregister.

De klachtencommissie stelt op basis van deze informatie vast dat de directie, in tegenstelling tot wat de klachtencommissie op 30 december 2025 besliste, de tuchtsanctie niet onmiddellijk stopzette en de tuchtbeslissing niet uit het tuchtregister van klager heeft verwijderd. Integendeel heeft de directie haar tuchtbeslissing naar aanleiding van de beslissing van de klachtencommissie omgezet in een nieuwe tuchtbeslissing waarbij klager niet met 30 dagen, maar met 15 dagen ontzegging van ongestoord bezoek werd gesanctioneerd. De klachtencommissie besluit aldus dat de directie de beslissing van de klachtencommissie van 30 december 2025 niet heeft uitgevoerd.

De klacht is gegrond. De klachtencommissie draagt de directie nogmaals op om onmiddellijk elk spoor van de tuchtbeslissing van 18 december 2025 uit het tuchtregister van klager te wissen.

De klachtencommissie besluit om klager, gelet op de drie gegronde klachten, een tegemoetkoming toe te kennen in de vorm van driemaal extra ongestoord bezoek.