Ga verder naar de inhoud

KC09/25-0500

Fondée KC - Gent Commission des plaintes Mesure provisoire Disciplinaire
TUCHT - VOORLOPIGE MAATREGEL - GEINTERNEERDE - OVERBEVOLKING

De klacht betreft de beslissing v tot het opleggen van een voorlopige maatregel en een tuchtbeslissing.

Klager kreeg een voorlopige maatregel en een tuchtsanctie opgelegd omdat hij weigerde een derde persoon toe te laten op zijn cel.

- Wat betreft de voorlopige maatregel

De directeur kan in afwachting van een tuchtprocedure, in geval van een gevaar voor de orde of de veiligheid, voorlopige maatregelen nemen en daartoe tot op het ogenblik waarop de beslissing tot tuchtsanctie mondeling aan de gedetineerde is meegedeeld, bepaalde bijzondere veiligheidsmaatregelen opleggen. Meer specifiek kan de directeur:
- Voorwerpen ontnemen of onthouden;
- De gedetineerde uitsluiten van deelname aan bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten;
- Beslissen dat de gedetineerde overdag en tijdens de nacht moet worden geobserveerd.

De voorlopige maatregel die in voorliggende zaak aangevochten wordt is de volgende: “Uitsluiting van deelname aan volgende individuele of gemeenschappelijke activiteiten: ATV tot hoorzitting.”

De klachtencommissie stelt vast dat de voorlopige maatregel concreet bestond uit “ATV tot hoorzitting”. De Basiswet laat het niet toe om in geval van gevaar voor de orde of de veiligheid een voorlopige maatregel op te leggen in de vorm van “ATV”, oftewel “het verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte”. Deze maatregel wordt enkel voorzien in geval van een ernstige en opzettelijke aantasting van de interne veiligheid of in gevallen van het aanzetten of voeren van collectieve acties. De klachtencommissie wijst er ook op dat de voorlopige maatregel niet mag worden genomen met het oog op onmiddellijke bestraffing. Analoog met de bijzonder veiligheidsmaatregelen mogen voorlopige maatregelen enkel genomen worden om de orde en de veiligheid te verzekeren.

De voorlopige maatregel is aldus onwettig. De klacht is om bovenstaande reden gegrond.

- Wat betreft de tuchtbeslissing

Klager kreeg bij tuchtbeslissing een tuchtsanctie van tien dagen ATV wegens ‘het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel’, een tuchtinbreuk van de tweede categorie. Klager is het niet eens met deze beslissing.

Ten eerste voert klager aan dat de directie met het toelaten van een derde celgenoot op de tweepersoonscel, een onwettige situatie zou creëren. Klager kon, op het moment dat hem werd meegedeeld dat een derde persoon bij hem en zijn celgenoot zou worden geplaatst nog niet oordelen dat de situatie hoe dan ook onwettig zou worden. Aangezien niet wordt aangetoond dat het bevel om een derde persoon toe te laten op de tweepersoonscel van klager op zich onwettig was, kan klager zich ook niet beroepen op de rechtvaardigingsgrond van het niet respecteren van een onwettig bevel. De klager is aldus gehouden de aanmaningen en bevelen van het personeel op te volgen.

Ten tweede voert klager aan dat hij geïnterneerd is. Hij kampt met een gekende problematiek inzake impulscontrole, die aan de grondslag kan liggen van de hem ten laste gelegde feiten.
De Basiswet stelt dat een gedetineerde (in dit geval: geïnterneerde) enkel schuldig kan worden verklaard aan de hem ten laste gelegde tuchtinbreuk “wanneer de directeur, op grond van al het bewijsmateriaal waarover hij beschikt, de ten laste feiten bewezen acht en de daarvoor ter verantwoording geroepen gedetineerde daaraan schuldig acht.” De directie motiveert op geen enkele manier waarom de feiten, ondanks het statuut van klager als geïnterneerde, aan klager konden worden toegerekend. Er worden geen documenten of verklaringen toegevoegd waaruit meer duidelijkheid kon blijken over de toestand van klager op het moment van het plegen van de tuchtrechtelijke inbreuk.

De klachtencommissie wenst te benadrukken dat de bewijslast met betrekking tot de toerekenbaarheid van de feiten aan een geïnterneerde bij de directie ligt. Indien er – bijvoorbeeld op basis van het RAD – onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om te oordelen of de tuchtrechtelijke inbreuk kan worden toegerekend, heeft de directie in principe andere middelen voorhanden, zoals een verslag van de PSD-psychiater of van de zorgpsychiater. Het is de klachtencommissie niet onbekend dat deze diensten in de gevangenis geregeld onderbemand zijn, maar een dergelijke systeemfout neemt de motiveringsplicht van de directie niet weg.

De tuchtbeslissing voldoet niet aan de wettelijke voorwaarden, waardoor de klacht gegrond is.

De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing van 3 november 2025 en draagt de directie op de tuchtsanctie onmiddellijk stop te zetten en elk spoor van de beslissing uit het tuchtregister van klager te wissen. De klachtencommissie kent geen tegemoetkoming toe aangezien deze niet aan haar wordt gevraagd. De uitvoering van de tuchtsanctie wordt bovendien onmiddellijk stopgezet, waardoor klager een deel van de opgelegde tuchtsanctie niet dient uit te voeren.