KC09/25-0463
Fondée
KC - Gent
Commission des plaintes
Mesure provisoire
Disciplinaire
VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - GEINTERNEERDE - TOERKENBAARHEID - MOTIVERING
De klacht gaat over een voorlopige maatregel en een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Gent.
- De voorlopige maatregel
De directie heeft naar het oordeel van de klachtencommissie niet aangetoond dat klager, door het weigeren van een inkomende gedetineerde, de interne veiligheid ernstig en opzettelijk heeft aangetast. Door het weigeren van een extra persoon op cel komt noch de fysieke integriteit van personen, noch de goede staat van goederen in het gedrang. De feiten kunnen wel gekwalificeerd worden als een gevaar voor de orde en de veiligheid. In geval van een gevaar voor de orde kan echter geen verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd als voorlopige maatregel. De voorlopige maatregelen zijn desgevallend beperkt tot het ontnemen of het onthouden van bepaalde voorwerpen, de uitsluiting van deelname aan bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten, en de observatie overdag en tijdens de nacht, maar met maximale eerbiediging van de nachtrust.
Er werd met andere woorden niet voldaan aan de wettelijke voorwaarden tot het opleggen van de voorlopige maatregel in kwestie. De klacht is dan ook gegrond. De klachtencommissie vernietigt de voorlopige maatregel.
- De tuchtbeslissing
Klager wordt tuchtrechtelijk gesanctioneerd met zeven dagen ATV wegens ‘de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’ , ‘de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’ en ‘het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel’ .
In het voorliggend dossier motiveert de directie dat ze klager verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten, verwijzend naar de feiten en het duidelijke RAD. De klachtencommissie wijst erop dat de feiten an sich niet duiden op toerekenbaarheid. De duidelijkheid van het RAD is uitsluitend een argument met betrekking tot het bewezen zijn van de feiten.
Gezien klager geïnterneerd is, is er minstens een vermoeden dat zijn handelen het gevolg is van een (psychiatrische) problematiek. Er wordt echter niet aangehaald met welke psychiatrische problemen klager kampte of wat de gevolgen daarvan konden zijn. Het is dan ook een raadsel hoe de directie heeft geoordeeld dat de (psychiatrische) problematiek van klager géén impact op zijn gedrag had.
De tuchtbeslissing voldoet niet aan de wettelijke voorwaarden, waardoor de klacht gegrond is.
De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing en draagt de directie op elk spoor ervan uit het tuchtregister van klager te wissen. De klachtencommissie kent verder geen tegemoetkoming toe, aangezien deze niet aan haar wordt gevraagd.
De klacht gaat over een voorlopige maatregel en een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Gent.
- De voorlopige maatregel
De directie heeft naar het oordeel van de klachtencommissie niet aangetoond dat klager, door het weigeren van een inkomende gedetineerde, de interne veiligheid ernstig en opzettelijk heeft aangetast. Door het weigeren van een extra persoon op cel komt noch de fysieke integriteit van personen, noch de goede staat van goederen in het gedrang. De feiten kunnen wel gekwalificeerd worden als een gevaar voor de orde en de veiligheid. In geval van een gevaar voor de orde kan echter geen verplicht verblijf in de toegewezen verblijfsruimte worden opgelegd als voorlopige maatregel. De voorlopige maatregelen zijn desgevallend beperkt tot het ontnemen of het onthouden van bepaalde voorwerpen, de uitsluiting van deelname aan bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten, en de observatie overdag en tijdens de nacht, maar met maximale eerbiediging van de nachtrust.
Er werd met andere woorden niet voldaan aan de wettelijke voorwaarden tot het opleggen van de voorlopige maatregel in kwestie. De klacht is dan ook gegrond. De klachtencommissie vernietigt de voorlopige maatregel.
- De tuchtbeslissing
Klager wordt tuchtrechtelijk gesanctioneerd met zeven dagen ATV wegens ‘de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’ , ‘de opzettelijke aantasting van de psychische integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’ en ‘het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel’ .
In het voorliggend dossier motiveert de directie dat ze klager verantwoordelijk acht voor de hem ten laste gelegde feiten, verwijzend naar de feiten en het duidelijke RAD. De klachtencommissie wijst erop dat de feiten an sich niet duiden op toerekenbaarheid. De duidelijkheid van het RAD is uitsluitend een argument met betrekking tot het bewezen zijn van de feiten.
Gezien klager geïnterneerd is, is er minstens een vermoeden dat zijn handelen het gevolg is van een (psychiatrische) problematiek. Er wordt echter niet aangehaald met welke psychiatrische problemen klager kampte of wat de gevolgen daarvan konden zijn. Het is dan ook een raadsel hoe de directie heeft geoordeeld dat de (psychiatrische) problematiek van klager géén impact op zijn gedrag had.
De tuchtbeslissing voldoet niet aan de wettelijke voorwaarden, waardoor de klacht gegrond is.
De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing en draagt de directie op elk spoor ervan uit het tuchtregister van klager te wissen. De klachtencommissie kent verder geen tegemoetkoming toe, aangezien deze niet aan haar wordt gevraagd.