KC09/25-0354
Fondée
KC - Gent
Commission des plaintes
Autre décision directeur
Disciplinaire
TUCHT - GEINTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - KLACHTENPROCEDURE - UITVOERING - TEGEMOETKOMING
De klacht gaat over een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Gent en het niet-uitvoeren van de beslissing van de klachtencommissie.
- De tuchtbeslissing
Klager wordt gesanctioneerd met vijftien dagen (waarvan vijf dagen effectief) afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte (hierna: ‘ATV’) wegens ‘de opzettelijke aantasting van de orde’ , ‘het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel’ en ‘het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort’ .
Klager haalt in zijn klacht aan dat hij niet gezien werd door een psychiater voor de tuchtzitting. De klachtencommissie wenst klager erop te wijzen dat het geen standaardverplichting is om een psychiater te raadplegen in elke tuchtprocedure ten aanzien van een geïnterneerde. De directie moet echter wel motiveren waarom de tuchtfeiten aan de betrokken geïnterneerde kunnen worden toegerekend. Een verslag van een psychiater kan daarbij nuttig – en in bepaalde gevallen nodig - zijn.
Gezien klager geïnterneerd is, is er minstens een vermoeden dat zijn handelen het gevolg is van een (psychiatrische) problematiek. Er wordt niet aangehaald met welke psychiatrische problemen klager kampte of wat de gevolgen daarvan konden zijn. Het is dan ook een raadsel hoe de directie heeft geoordeeld dat de (psychiatrische) problematiek van klager géén impact op zijn gedrag had. Aangezien dit echter niet als zodanig terugkwam in het RAD en dus ook niet in de motivering van de tuchtbeslissing, voldoet de motivering van de toerekenbaarheid van de feiten niet aan artikel 144, §6 juncto artikel 8 van de Basiswet.
De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing en draagt de directie op elk spoor ervan uit het tuchtregister van klager te wissen. Gezien klager onterecht een sanctie van vijf dagen ATV heeft uitgevoerd, besluit de klachtencommissie aan klager een tegemoetkoming toe te kennen in de vorm van 50 belminuten.
- De niet-uitvoering van de beslissing van de klachtencommissie van 15 april 2025 (KC09/24-0206)
Klager beklaagt zich in zijn klacht van 22 juli 2025 over het verzuim van de directie om de door de klachtencommissie toegekende tegemoetkoming in KC09/24-0206 ook effectief aan hem te geven. De directie stelt in haar verweer van 29 juli 2025 (voorliggend dossier) dat de beslissing van de klachtencommissie zo snel mogelijk in uitvoering zal worden gebracht door de boekhouding.
De klachtencommissie stelt vast dat de beslissing in KC09/24-0206 werd gedateerd op 15 april 2025 en op 23 juni 2025 naar klager en de directie werd verstuurd. De klacht over de niet-uitvoering van de beslissing dateert van 22 juli 2025, dus ongeveer één maand daarna.
De klachtencommissie leidt uit het verweer van de directie af dat zij op het moment van het opstellen van het verweer (zo’n vijf weken na de betekening van de beslissing van 15 april 2025) nog niet het nodige had gedaan om de beslissing van de klachtencommissie met betrekking tot de tegemoetkoming in uitvoering te brengen.
De klacht over de niet-uitvoering van de beslissing van de klachtencommissie van Gent is dan ook gegrond. De klachtencommissie beperkt zich tot het gegrond verklaren van de klacht gezien de directie in haar verweer aangaf het nodige te zullen doen. Zij kent daarom voor het overige ook geen afzonderlijke tegemoetkoming toe.
De klacht gaat over een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Gent en het niet-uitvoeren van de beslissing van de klachtencommissie.
- De tuchtbeslissing
Klager wordt gesanctioneerd met vijftien dagen (waarvan vijf dagen effectief) afzondering in de aan de gedetineerde toegewezen verblijfsruimte (hierna: ‘ATV’) wegens ‘de opzettelijke aantasting van de orde’ , ‘het geen gevolg geven aan de aanmaningen en de bevelen van het personeel’ en ‘het veroorzaken van lawaaihinder die het goede verloop van de activiteiten van de gevangenis verstoort’ .
Klager haalt in zijn klacht aan dat hij niet gezien werd door een psychiater voor de tuchtzitting. De klachtencommissie wenst klager erop te wijzen dat het geen standaardverplichting is om een psychiater te raadplegen in elke tuchtprocedure ten aanzien van een geïnterneerde. De directie moet echter wel motiveren waarom de tuchtfeiten aan de betrokken geïnterneerde kunnen worden toegerekend. Een verslag van een psychiater kan daarbij nuttig – en in bepaalde gevallen nodig - zijn.
Gezien klager geïnterneerd is, is er minstens een vermoeden dat zijn handelen het gevolg is van een (psychiatrische) problematiek. Er wordt niet aangehaald met welke psychiatrische problemen klager kampte of wat de gevolgen daarvan konden zijn. Het is dan ook een raadsel hoe de directie heeft geoordeeld dat de (psychiatrische) problematiek van klager géén impact op zijn gedrag had. Aangezien dit echter niet als zodanig terugkwam in het RAD en dus ook niet in de motivering van de tuchtbeslissing, voldoet de motivering van de toerekenbaarheid van de feiten niet aan artikel 144, §6 juncto artikel 8 van de Basiswet.
De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing en draagt de directie op elk spoor ervan uit het tuchtregister van klager te wissen. Gezien klager onterecht een sanctie van vijf dagen ATV heeft uitgevoerd, besluit de klachtencommissie aan klager een tegemoetkoming toe te kennen in de vorm van 50 belminuten.
- De niet-uitvoering van de beslissing van de klachtencommissie van 15 april 2025 (KC09/24-0206)
Klager beklaagt zich in zijn klacht van 22 juli 2025 over het verzuim van de directie om de door de klachtencommissie toegekende tegemoetkoming in KC09/24-0206 ook effectief aan hem te geven. De directie stelt in haar verweer van 29 juli 2025 (voorliggend dossier) dat de beslissing van de klachtencommissie zo snel mogelijk in uitvoering zal worden gebracht door de boekhouding.
De klachtencommissie stelt vast dat de beslissing in KC09/24-0206 werd gedateerd op 15 april 2025 en op 23 juni 2025 naar klager en de directie werd verstuurd. De klacht over de niet-uitvoering van de beslissing dateert van 22 juli 2025, dus ongeveer één maand daarna.
De klachtencommissie leidt uit het verweer van de directie af dat zij op het moment van het opstellen van het verweer (zo’n vijf weken na de betekening van de beslissing van 15 april 2025) nog niet het nodige had gedaan om de beslissing van de klachtencommissie met betrekking tot de tegemoetkoming in uitvoering te brengen.
De klacht over de niet-uitvoering van de beslissing van de klachtencommissie van Gent is dan ook gegrond. De klachtencommissie beperkt zich tot het gegrond verklaren van de klacht gezien de directie in haar verweer aangaf het nodige te zullen doen. Zij kent daarom voor het overige ook geen afzonderlijke tegemoetkoming toe.