Ga verder naar de inhoud

KC09/25-0151

Fondée KC - Gent Commission des plaintes Autre décision directeur Mesure provisoire Disciplinaire
TUCHT - VOORLOPIGE MAATREGEL - GEINTERNEERDE - ZORGVULDIGHEIDSPLICHT

De klacht gaat over:
- celcontroles,
- een beslissing tot het opleggen van een voorlopige maatregel en de uitvoering hiervan,
- een tuchtbeslissing en de uitvoering hiervan.


- De celcontroles

Artikel 109, §1 van de Basiswet geeft aan de directie en het personeel de bevoegdheid om regelmatig celcontroles uit te voeren (in het kader van het fouilleplan). Daarnaast kan de directie een individueel gemotiveerde celcontrole bevelen op basis van concrete aanwijzingen. Uit de verklaringen van de directeur ter zitting, blijkt dat de directie de cel van klager heeft aangeduid voor gerichte controles aangezien zij indicaties had dat er verboden substanties aanwezig waren op de cel. Bijgevolg betroffen de celcontroles punctuele controlemaatregelen , bevolen door de directeur. Er is met andere woorden sprake van een geïndividualiseerde beslissing genomen door de directeur ten aanzien van klager.

De directie kan een individueel gemotiveerde celcontrole bevelen op basis van concrete aanwijzingen. De Basiswet stelt hiervoor geen specifieke vereisten, maar zoals elke beslissing genomen in het kader van de Basiswet, dient deze wel voldoende gemotiveerd te zijn.

De directeur stelt in haar verweer ter zitting dat de directie via een aantal kanalen bericht had gekregen dat er drugs aanwezig waren op de cel waar hij verbleef. Dit verklaart de verschillende celcontroles die hebben plaatsgevonden op klagers cel.

Dat de Basiswet geen schriftelijke beslissing oplegt, doet volgens de klachtencommissie niets af aan het feit dat een beslissing, genomen door de directie t.a.v. een gedetineerde, gemotiveerd moet zijn. Klager heeft de directie verzocht om de reden van de celcontroles mee te delen. De directie zou hierop “zomaar” hebben geantwoord. Dit wordt niet door haar ontkend.

Bijgevolg ontbreekt er volgens de klachtencommissie een individuele en concrete motivering voor de celcontroles bij klager. Dat de directie achteraf – nl. tijdens de zitting van de klachtencommissie – haar beslissing toelicht, doet hieraan niets af: de klachtencommissie kan geen rekening houden met een a posteriori motivering, omdat het niet bewezen is dat ze hebben meegespeeld bij de besluitvorming en dat ze werkelijk ten grondslag van de bestreden beslissing hebben gelegen. Van een zorgvuldige directie kan bovendien verwacht worden dat zij haar beslissing aan de gedetineerde toelicht wanneer deze hier expliciet naar vraagt.

De klachtencommissie besluit dat de celcontrole gesteund is op een geïndividualiseerde beslissing van de directeur, die niet werd gemotiveerd. De klachtencommissie oordeelt bijgevolg dat de beslissing niet werd genomen conform de wetgeving, meer bepaald conform het algemeen beginsel van de motiveringsplicht en artikel 8 van de Basiswet. De klacht is gegrond.

- De voorlopige maatregel

In geval van gevaar voor de orde of de veiligheid kan de directeur, in afwachting van de tuchtprocedure, een voorlopige maatregel opleggen in de vorm van de uitsluiting van deelname aan bepaalde gemeenschappelijke of individuele activiteiten. De gedetineerde die het voorwerp uitmaakt van dergelijke voorlopige maatregel, behoudt het recht tot deelname aan een dagelijkse wandeling (of een andere recreatieve activiteit van minstens één uur in de buitenlucht).

De directie besloot om een voorlopige maatregel op te leggen in de vorm van de uitsluiting van deelname aan de wandeling. Bij het bepalen van de voorlopige maatregel, expliciteert de directie niet welke wandeling dit betreft. Door deze onduidelijke formulering en het gebrek aan nuance, is het onduidelijk of hiermee enkel de gemeenschappelijke wandeling, dan wel (ook) de individuele wandeling wordt bedoeld. Hierdoor diende het personeel klager in principe dus op zijn cel te laten zitten en had hij geen recht op enige vorm van wandeling. Dit is onwettig, gezien een gedetineerde ook onder voorlopige maatregel recht heeft op een dagelijkse wandeling.

De klacht is gegrond, zowel voor wat betreft de beslissing an sich, alsook wat betreft de uitvoering van de beslissing.

- De tuchtbeslissing

Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd met 10 dagen ATV voor ‘de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee’ omwille van het bedreigen van een medegedetineerde.

De directie motiveert onvoldoende waarom de feiten, ondanks het statuut van klager als geïnterneerde, aan klager konden worden toegerekend. Er worden geen documenten of verklaringen toegevoegd waaruit meer duidelijkheid kon blijken over de toestand van klager op het moment van het plegen van de tuchtrechtelijke inbreuk (met name het “opsparen” van medicatie of het bijhouden van een buisje). Tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting gaf klager aan dat hij de medicatie enkel de dag voordien was vergeten innemen en dat hij niet wist dat het papieren buisje er nog lag. De directie ging hier niet op in.

Klager beklaagt zich daarnaast over de uitvoering van deze tuchtbeslissing: hij zou zesmaal geen (individuele) wandeling hebben genoten. De directie gaat in haar schriftelijk verweer niet in op de bewering. Ter zitting van de klachtencommissie weerlegt de aanwezige directeur de verklaringen van klager niet: volgens haar heeft een gedetineerde onder ATV steeds recht op een individuele wandeling, en is klagers klacht gegrond. Dit was volgens haar geen beslissing van de directie, maar een fout gelopen uitvoering van de beslissing. De Basiswet bepaalt dat de directeur er zorg voor draagt dat de gedetineerde, tijdens de ATV, de mogelijkheid heeft om minstens één uur per dag in de buitenlucht te verblijven. Naar aanleiding van een tuchtprocedure en het opleggen van een tuchtsanctie in de vorm van ATV, kan de gemeenschappelijke wandeling tijdelijk worden ontzegd. De wandeling verloopt dan individueel. Dat klager tijdens zijn sanctie geen enkele vorm van wandeling heeft genoten, is dus onwettig.

De klacht is gegrond.