Ga verder naar de inhoud

KC09/24-0463

Fondée Compensation KC - Gent Commission des plaintes Autre décision directeur Disciplinaire
GEÏNTERNEERDE - TUCHT - VERBODEN SUBSTANTIES - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING - TEGEMOETKOMING - CEL - HYGIËNE

De klacht is gericht tegen
1) een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis van Gent van 16 december 2024 en
2) een verzuim van de directie om een beslissing te nemen naar aanleiding van de melding van klager dat er muizen op zijn cel zitten.

De klacht over de tuchtbeslissing van 16 december 2024 is ontvankelijk en gegrond :
Klager kreeg een tuchtsanctie van 30 dagen ATV van 17 december 2024 tot en met 15 januari 2025 omdat hij door de directie schuldig werd bevonden aan “het bezit van of de handel in door of krachtens de wet verboden voorwerpen of substanties”. De Basiswet stelt dat de directeur zich alle nuttige informatie laat bezorgen voor de beoordeling van de zaak. Het is dus aan de directeur om in eerste instantie na te gaan of een gedetineerde al dan niet een interneringsstatuut heeft. Wanneer de directeur een tuchtprocedure wenst te voeren en op basis van alle info waarover hij beschikt van mening is dat de te vervolgen persoon verantwoordelijk is voor de door hem gepleegde inbreuken, start hij de procedure op en motiveert hij in de tuchtbeslissing waarom hij de persoon verantwoordelijk acht voor zijn daden (bv. uit het rapport aan de directeur blijkt dat de gedetineerde zeer coherent was op het moment van de gepleegde feiten, een vorig verslag van de PSD-psychiater is nog steeds actueel, enz.).

De directie motiveert naar het oordeel van de klachtencommissie niet voldoende waarom de feiten, ondanks het statuut van klager als geïnterneerde, aan klager konden worden toegerekend. De directie gebruikt een standaardmotivering. Er wordt verwezen naar “alle beschikbare informatie” maar er worden geen documenten of
verklaringen toegevoegd of getuigen bevraagd waaruit meer duidelijkheid kon blijken over de toestand van klager op het moment van het plegen van de tuchtrechtelijke inbreuk. De tuchtbeslissing voldoet niet aan de wettelijke voorwaarden, waardoor de klacht gegrond is.

Gezien de gevolgen van de vernietigde beslissing slechts gedeeltelijk ongedaan kunnen gemaakt worden (klager verbleef van 17 december 2024 tot heden onder ATV) kent de klachtencommissie aan klager, nadat partijen hierover werden gehoord tijdens de hoorzitting, de volgende tegemoetkoming toe: één extra douchemoment.

De klacht over het verzuim van de directie om een beslissing te nemen naar aanleiding van de melding van klager dat er muizen op zijn cel zitten, is ontvankelijk en gegrond:
Klager maakt aannemelijk dat hij al verschillende keren (via rapportbriefjes, tijdens een tuchtrechtelijke hoorzitting) aan de directie vroeg om een beslissing te nemen over een probleem met muizen op zijn cel. Uit het verslag van de tuchtrechtelijke hoorzitting van 16 december 2024 blijkt in ieder geval dat klager het dan (opnieuw) aan de directie heeft gemeld. Klager maakt aannemelijk dat het probleem al langer aansleept en dat hij ook daarvoor de directie trachtte te bereiken. De directeur die tijdens de zitting aanwezig was ontkende ook niet op de hoogte te zijn van de problemen met muizen. Op het ogenblik van de hoorzitting van de klachtencommissie (8 januari 2025) was er nog steeds geen beslissing genomen. Dit betreft naar het oordeel van de klachtencommissie in ieder geval een beklagwaardig verzuim. De directie heeft niet binnen een redelijke termijn een beslissing genomen. De klacht is ontvankelijk.

Uit het vastgestelde verzuim vloeit onmiddellijk ook de gegrondheid van de klacht voort.