KC09/24-0274
Irrecevable
KC - Gent
Commission des plaintes
Pas de décision du directeur
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - ARBEID - WANDELING
De klachten gaan over 1) het gegeven dat klager in de gevangenis van Gent geen werk en dus ook geen inkomsten heeft en 2) het niet kunnen gaan wandelen naar aanleiding van tuchtsancties.
Klager verwijst niet naar een beslissing van de directeur van een bepaalde datum waarbij hem werk voor een bepaalde functie zou zijn geweigerd, noch welk werk hij zou willen of zou hebben aangevraagd. Hij vermeldt enkel in het algemeen dat hij geen werk heeft en verwijst naar een beslissing die genomen werd in “2022”. Uit het uitgebreide verweer van de directie blijkt dat klager wel op de wachtlijst staat voor werk en ook al meerdere keren werk in verschillende functies aangeboden kreeg, maar deze niet aanvaardde. Er is dus evenmin sprake van een verzuim van de directie.
Ook met betrekking tot het niet kunnen gaan wandelen tijdens tuchtsancties specifieert klager niet op welke data dit zou zijn geweest of wat de concrete omstandigheden waren. Uit de bijkomende informatie die de directie na de hoorzitting van de klachtencommissie overmaakte blijkt dat er in de periode voorafgaand aan de klachten inderdaad tuchtsancties en maatregelen ten aanzien van klager werden genomen waarbij hem de gemeenschappelijke wandeling werd ontnomen. Geen van de sancties of maatregelen hield echter een uitsluiting van de individuele wandeling in. Volgens de directie worden gedetineerden op wie een maatregel of sanctie van toepassing is, steeds ’s ochtends bevraagd over de wens om naar de individuele wandeling te gaan. Klager weigerde aanwezig te zijn op de hoorzitting van de klachtencommissie en heeft dit dan ook niet betwist, noch heeft hij verduidelijkt wie hem wanneer de wandeling zou geweigerd hebben. In elk geval is er geen beslissing van de directie waarbij aan klager het recht op een individuele wandeling ontnomen werd. Er zijn daarnaast onvoldoende elementen om te besluiten dat dergelijke beslissing namens de directie genomen zou zijn of dat de directie verzuimd zou hebben klager zijn recht op dagelijkse wandeling te garanderen.
De klachten hebben geen betrekking op een beslissing door of namens de directie, noch op een verzuim van de directie. De klachten zijn niet-ontvankelijk.
De klachten gaan over 1) het gegeven dat klager in de gevangenis van Gent geen werk en dus ook geen inkomsten heeft en 2) het niet kunnen gaan wandelen naar aanleiding van tuchtsancties.
Klager verwijst niet naar een beslissing van de directeur van een bepaalde datum waarbij hem werk voor een bepaalde functie zou zijn geweigerd, noch welk werk hij zou willen of zou hebben aangevraagd. Hij vermeldt enkel in het algemeen dat hij geen werk heeft en verwijst naar een beslissing die genomen werd in “2022”. Uit het uitgebreide verweer van de directie blijkt dat klager wel op de wachtlijst staat voor werk en ook al meerdere keren werk in verschillende functies aangeboden kreeg, maar deze niet aanvaardde. Er is dus evenmin sprake van een verzuim van de directie.
Ook met betrekking tot het niet kunnen gaan wandelen tijdens tuchtsancties specifieert klager niet op welke data dit zou zijn geweest of wat de concrete omstandigheden waren. Uit de bijkomende informatie die de directie na de hoorzitting van de klachtencommissie overmaakte blijkt dat er in de periode voorafgaand aan de klachten inderdaad tuchtsancties en maatregelen ten aanzien van klager werden genomen waarbij hem de gemeenschappelijke wandeling werd ontnomen. Geen van de sancties of maatregelen hield echter een uitsluiting van de individuele wandeling in. Volgens de directie worden gedetineerden op wie een maatregel of sanctie van toepassing is, steeds ’s ochtends bevraagd over de wens om naar de individuele wandeling te gaan. Klager weigerde aanwezig te zijn op de hoorzitting van de klachtencommissie en heeft dit dan ook niet betwist, noch heeft hij verduidelijkt wie hem wanneer de wandeling zou geweigerd hebben. In elk geval is er geen beslissing van de directie waarbij aan klager het recht op een individuele wandeling ontnomen werd. Er zijn daarnaast onvoldoende elementen om te besluiten dat dergelijke beslissing namens de directie genomen zou zijn of dat de directie verzuimd zou hebben klager zijn recht op dagelijkse wandeling te garanderen.
De klachten hebben geen betrekking op een beslissing door of namens de directie, noch op een verzuim van de directie. De klachten zijn niet-ontvankelijk.
Un dossier d'appel a été ouvert avec la référence BC/25-0357