Ga verder naar de inhoud

KC09/24-0178

Fondée Irrecevable KC - Gent Commission des plaintes Autre décision directeur Disciplinaire Pas de décision du directeur Fouille à corps
GEÏNTERNEERDE - TUCHT - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING - ORDEMAATREGEL - BEZOEK - VERBODEN SUBSTANTIES - FOUILLE OP HET LICHAAM - MEDISCH

De klachten zijn gericht tegen volgende beslissingen van de directie van de gevangenis van Gent:
1) een tuchtbeslissing van 18 juni 2024,
2) een ordemaatregel van 18 juni 2024,
3) een tuchtbeslissing van 21 juni 2024 en
4) een beslissing tot fouille op het lichaam die voorafging aan de ordemaatregel van 18 juni 2024.
De klacht gaat daarnaast ook over
5) het gegeven dat klager geen psychiater (meer) ziet.


Klachten 1 tot en met 4 zijn ontvankelijk en gegrond.
Klacht m.b.t. de tuchtbeslissingen van 18 en 21 juni 2024:
De Basiswet stelt dat de directeur zich alle nuttige informatie laat bezorgen voor de beoordeling van de zaak. Het is dus aan de directeur om in eerste instantie na te gaan of een gedetineerde al dan niet een interneringsstatuut heeft. Wanneer de directeur een tuchtprocedure wenst te voeren en op basis van alle info waarover
hij beschikt van mening is dat de te vervolgen persoon verantwoordelijk is voor de door hem gepleegde inbreuken, start hij de procedure op en motiveert hij in de tuchtbeslissing waarom hij de persoon verantwoordelijk acht voor zijn daden (bv. uit het rapport aan de directeur blijkt dat de gedetineerde zeer coherent was op het moment van de gepleegde feiten, een vorig verslag van de PSD-psychiater is nog steeds actueel, enz.).

De directie motiveert in de tuchtbeslissing van 18 juni 2024 naar het oordeel van de klachtencommissie niet waarom de feiten, ondanks het statuut van klager als geïnterneerde, aan klager konden worden toegerekend. Er worden geen documenten of verklaringen toegevoegd of getuigen bevraagd waaruit meer duidelijkheid kon blijken over de toestand van klager op het moment van het plegen van de tuchtrechtelijke inbreuk. De advocaat van klager vroeg daarnaast tijdens de tuchtrechtelijke hoorzitting om met het statuut van zijn cliënt rekening te houden. Gezien klager geïnterneerd is, is er minstens een vermoeden dat zijn handelen het gevolg is van een (psychiatrische) problematiek. Er wordt echter niet aangehaald met welke psychiatrische problemen klager kampte of wat de gevolgen daarvan konden zijn. Het is dan ook een raadsel hoe de directie heeft geoordeeld dat de (psychiatrische) problematiek van klager géén impact op zijn gedrag had.

In de tuchtbeslissing van 21 juni 2024 ging de directie, in vergelijking met de tuchtbeslissing van 18 juni 2024, iets uitgebreider in op het statuut van klager. Toch wordt opnieuw niet aangetoond dat klager op het moment van het plegen van de tuchtrechtelijke inbreuken, helder en coherent was. De directie geeft zelf aan dat klager een verdwaasde indruk gaf. Omdat klager over een bepaald onderwerp volgens de directie wel “helder” is, neemt zij een tuchtbeslissing op basis van een vermoeden dat
klager zich achter zijn interneringsstatuut verschuilt. Beide tuchtbeslissingen voldoen niet aan de wettelijke voorwaarden, waardoor de klachten hierover gegrond zijn.
De tuchtbeslissingen dienen te worden vernietigd en moeten gewist worden uit het tuchtregister van klager.

Klacht m.b.t. de ordemaatregel van 18 juni 2024:
In voorliggende zaak besliste de directeur dat de moeder van klager gedurende één maand niet op bezoek mocht komen. De toegang tot de gevangenis werd gedurende deze maand volledig ontzegd. De klachtencommissie begrijpt uit de motivering (moeder van klager zou verboden substanties hebben binnengebracht) waarom het bezoek volgens de directie de handhaving van de orde of de veiligheid in gevaar kon brengen. De klachtencommissie meent dat de directie, in strijd met de Basiswet, heeft nagelaten te motiveren waarom glasbezoek dit gevaar niet zou kunnen afwenden. De klacht is gegrond.

Klacht m.b.t. de beslissing tot fouille op het lichaam die voorafging aan de ordemaatregel van 18 juni 2024:
De directie betwist niet dat voorafgaand aan de ordemaatregel van 18 juni 2024 een fouille op het lichaam van klager werd uitgevoerd, noch dat zij daartoe een beslissing nam. De beslissing kon niet worden teruggevonden, maar de directeur herinnert zich dat zij deze beslissing heeft ondertekend. De klachtencommissie heeft geen zicht op de motivering van de beslissing. Zij kan zodoende niet nagaan of er welbepaalde redenen waren voor deze fouillering, wat deze redenen in voorkomend
geval waren en of de bestreden beslissing wettig, redelijk en billijk was. De klacht is om deze reden gegrond.


De klacht over het gebrek aan consultaties met een psychiater is niet-ontvankelijk:
De klachtencommissie treedt klager bij dat er in de gevangenis van Gent een ontoereikende zorg is voor personen met een psychiatrische problematiek. Dit blijkt onder andere uit het jaarverslag van 2022 van de commissie van toezicht. Er is inderdaad ook niet op permanente basis een psychiater beschikbaar. Dit is echter geen beslissing van de gevangenisdirectie, noch gaat het om een verzuim van de directie om hierover een beslissing te nemen. De klacht is daarom niet-ontvankelijk.