Ga verder naar de inhoud

KC09/24-0138

Non fondée Fondée Compensation KC - Gent Commission des plaintes Autre décision directeur Mesure provisoire Disciplinaire
GEÏNTERNEERDE - TOEREKENBAARHEID - MOTIVERING - VOORLOPIGE MAATREGEL - TUCHT - ORDEMAATREGEL - ARBEID - ONTSLAG - VERTROUWENSFUNCTIE - TEGEMOETKOMING

De klacht gaat over volgende beslissingen die door de directie van de gevangenis van Gent ten aanzien van klager werden genomen:
1) een voorlopige maatregel van 9 mei 2024,
2) een tuchtbeslissing van 11 mei 2024 en
3) een ordemaatregel van 12 mei 2024 waarbij klager gedurende 3 maanden werd afgezet van werk in een vertrouwensfunctie.

De klacht over de voorlopige maatregel van 9 mei 2024 is ongegrond:
In voorliggende zaak besloot de directie een voorlopige maatregel van afzondering in de toegewezen verblijfsruimte op te leggen omdat klager aanzien werd als agressor in een schermutseling met een medegedetineerde. Er werd vastgesteld dat klager de andere gedetineerde in een “nekklem” hield. De klachtencommissie is van oordeel dat de directie op basis van deze vaststellingen terecht kon besluiten dat de interne veiligheid werd aangetast en dat de veiligheidsmaatregel van de plaatsing in een beveiligde cel, in afwachting van de verdere tuchtprocedure, gerechtvaardigd was. De beslissing is niet onwettig, onredelijk of onevenredig. Dat de directie de maatregel de volgende dag versoepelde en omvormde naar een verblijf op de toegewezen verblijfsruimte, is evenmin onwettig, onredelijk of onevenredig. De klacht is ongegrond.

De klacht over de tuchtbeslissing van 11 mei 2024 is gegrond:
Klager kreeg op 11 mei 2024 een tuchtsanctie van 5 dagen ATV (met inbegrip van de voorlopige maatregel die sinds 9 mei 2024 van toepassing was) wegens de opzettelijke aantasting van de fysieke integriteit van personen, of de bedreiging daarmee. De directie motiveert naar het oordeel van de klachtencommissie niet waarom de feiten, ondanks het statuut van klager als geïnterneerde, aan klager konden worden toegerekend. Er worden geen documenten of verklaringen toegevoegd of getuigen bevraagd waaruit meer duidelijkheid kon blijken over de toestand van klager op het moment van het plegen van de tuchtrechtelijke inbreuk. De tuchtbeslissing voldoet niet aan de wettelijke voorwaarden, waardoor de klacht gegrond is. De klachtencommissie vernietigt de tuchtbeslissing van 11 mei 2024. De klachtencommissie draagt de directie bovendien op deze beslissing uit het tuchtregister van klager te wissen. Aangezien de gevolgen van de vernietigde beslissing niet ongedaan kunnen gemaakt worden, kent de klachtencommissie de door klager gevraagde tegemoetkoming toe: 50 gram tabak, door klager te kiezen uit het in de gevangenis beschikbare aanbod.

De klacht over de ordemaatregel tot afzetting van werk is gegrond:
Het ontslag van klager kadert in de derde situatie. Klager kreeg een tuchtsanctie en werd naar aanleiding van dezelfde feiten ook afgezet van zijn werk in een vertrouwensfunctie gedurende 3 maanden.
In voorliggende zaak heeft de directie wel een schriftelijke ordemaatregel genomen, maar daarin wordt naar het oordeel van de klachtencommissie niet gemotiveerd waarom het werk in een vertrouwensfunctie niet meer als passend kon worden beschouwd. Er wordt enkel verwezen naar een handgemeen met een medegedetineerde waarover gesproken werd tijdens een tuchtzitting van 11 mei 2024. Deze summiere “motivering” volstaat volgens de klachtencommissie niet. De ordemaatregel zou de gedetineerde immers moeten toelaten te begrijpen waarom het werk in een vertrouwensfunctie niet langer als “passend werk” kan worden beschouwd. De klacht is daarom gegrond.