KC09/24-0070
Fondée
KC - Gent
Commission des plaintes
Autre décision directeur
REKENINGEN
De klacht gaat over het gegeven dat klager bij binnenkomst in de gevangenis een bedrag in cash geld van 757 euro in bewaring gaf en daar nu 193,05 euro van verdwenen is.
Zowel klager als de medewerker van het bad bevestigden met hun handtekening dat in de enveloppe die klager had binnengebracht een bedrag van 757 euro zat. De dag nadien heeft de boekhouddienst echter maar 563,95 euro op de rekening van klager gestort, omdat er volgens deze dienst een fout totaalbedrag was geteld door de medewerker van het bad.
De Nederlandstalige Beroepscommissie oordeelde reeds verschillende malen dat ontvankelijk beklag kan worden ingediend tegen een beslissing (lees: handeling) van een dienst die deel uitmaakt van de penitentiaire inrichting en functioneert onder de verantwoordelijkheid van de directie.
De klacht van klager is naar het oordeel van de klachtencommissie gericht tegen de beslissing van de boekhouddienst om een ander bedrag op de individuele rekening te plaatsen dan hetgeen werd geteld door klager en de medewerker van het bad. Klager maakt aannemelijk dat de boekhouddienst niet uit eigen beweging meedeelde dat het BAD volgens haar een fout had gemaakt en dat ze dus een ander bedrag op de rekening van klager zou plaatsen. Klager kaartte het probleem bovendien eerst aan bij de directie alvorens klacht in te dienen. De klachtencommissie acht de klacht in die omstandigheden ook naar termijn ontvankelijk.
De klachtencommissie kan niet nagaan of de fout van de medewerker van het bad werd gemaakt op vlak van het noteren van het totaalbedrag, dan wel op het vlak van het noteren van het aantal biljetten. De klachtencommissie kan alleen maar vaststellen dat zowel klager als de medewerker van het bad schriftelijk voor akkoord verklaarden en ondertekenden dat de enveloppe die klager bij binnenkomst in de gevangenis bij zich had, een totaalbedrag van 757 euro bevatte. Het was naar het oordeel van de klachtencommissie dan ook dat bedrag dat op de individuele rekening van klager geplaatst had moeten worden. De boekhouddienst kon niet zomaar beslissen om een ander bedrag op de rekening van klager te plaatsen. Bovendien werd klager hier klaarblijkelijk niet van op de hoogte gebracht. De klacht is naar het oordeel van de klachtencommissie dan ook gegrond. De directie dient een bedrag van 193,05 euro op de rekening van klager te laten plaatsen.
De klacht gaat over het gegeven dat klager bij binnenkomst in de gevangenis een bedrag in cash geld van 757 euro in bewaring gaf en daar nu 193,05 euro van verdwenen is.
Zowel klager als de medewerker van het bad bevestigden met hun handtekening dat in de enveloppe die klager had binnengebracht een bedrag van 757 euro zat. De dag nadien heeft de boekhouddienst echter maar 563,95 euro op de rekening van klager gestort, omdat er volgens deze dienst een fout totaalbedrag was geteld door de medewerker van het bad.
De Nederlandstalige Beroepscommissie oordeelde reeds verschillende malen dat ontvankelijk beklag kan worden ingediend tegen een beslissing (lees: handeling) van een dienst die deel uitmaakt van de penitentiaire inrichting en functioneert onder de verantwoordelijkheid van de directie.
De klacht van klager is naar het oordeel van de klachtencommissie gericht tegen de beslissing van de boekhouddienst om een ander bedrag op de individuele rekening te plaatsen dan hetgeen werd geteld door klager en de medewerker van het bad. Klager maakt aannemelijk dat de boekhouddienst niet uit eigen beweging meedeelde dat het BAD volgens haar een fout had gemaakt en dat ze dus een ander bedrag op de rekening van klager zou plaatsen. Klager kaartte het probleem bovendien eerst aan bij de directie alvorens klacht in te dienen. De klachtencommissie acht de klacht in die omstandigheden ook naar termijn ontvankelijk.
De klachtencommissie kan niet nagaan of de fout van de medewerker van het bad werd gemaakt op vlak van het noteren van het totaalbedrag, dan wel op het vlak van het noteren van het aantal biljetten. De klachtencommissie kan alleen maar vaststellen dat zowel klager als de medewerker van het bad schriftelijk voor akkoord verklaarden en ondertekenden dat de enveloppe die klager bij binnenkomst in de gevangenis bij zich had, een totaalbedrag van 757 euro bevatte. Het was naar het oordeel van de klachtencommissie dan ook dat bedrag dat op de individuele rekening van klager geplaatst had moeten worden. De boekhouddienst kon niet zomaar beslissen om een ander bedrag op de rekening van klager te plaatsen. Bovendien werd klager hier klaarblijkelijk niet van op de hoogte gebracht. De klacht is naar het oordeel van de klachtencommissie dan ook gegrond. De directie dient een bedrag van 193,05 euro op de rekening van klager te laten plaatsen.