KC09/24-0036
Non fondée
Fondée
Irrecevable
KC - Gent
Commission des plaintes
Mesure de sécurité particulière
Pas de décision du directeur
Fouille à corps
GEEN BESLISSING DIRECTEUR - BEVOEGDHEID - EXTERNE RECHTSPOSITIE - PERSONEEL - SCHADE - TUCHT - FOUILLE OP HET LICHAAM - BIJZONDERE VEILIGHEIDSMAATREGEL
De klachten gaan over:
1) Een volgens klager oneerlijk proces voor de KBM en de rechtbank van Kortrijk
2) Vermeende stalking door een personeelslid van de gevangenis van Gent
3) Iemand die ’s nachts lawaai maakt
4) Herstel van de ruiten voor onderhoud
5) Een “tuchtbeslissing” waar klager nog niets van gehoord heeft
6) Een beslissing tot fouillering op het lichaam van 21 november 2023
7) Een beslissing tot toepassing van een bijzondere veiligheidsmaatregel (“BVM”) ten aanzien van klager van 22 november 2023.
Klachten 1 tot en met 5 zijn niet-ontvankelijk:
Klager brengt deze klachten niet in verband met een beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van hem werd genomen, noch met een verzuim van de directie om een beslissing te nemen.
Hoewel klager bovenaan de vijfde klacht aanduidt dat ze over een “tuchtbeslissing”’ gaat, vermeldt klager geen datum waarop de tuchtbeslissing werd genomen maar stelt hij dat hij “er nog niets over
heeft gehoord”. Ook verder blijkt uit het klachtenformulier niet of en welke tuchtbeslissing er zou zijn genomen. Klager heeft het in zijn klacht over het gegeven dat iemand in de gevangenis lawaai zou
maken met “de kleine deurtjes”.
Klacht 6 - over de beslissing tot fouillering op het lichaam van 21 november 2023 - is ontvankelijk en gegrond:
In de schriftelijke beslissing tot fouillering op het lichaam van klager van 21 november 2023 worden de volgende “individuele aanwijzingen” als motivering voor de fouille vermeld: “plaatsing veiligheidscel op vraag van de directie na spuwen naar personeel.” De klachtencommissie oordeelde al verschillende keren dat de plaatsing in een beveiligde cel of strafcel geen fouillering op het lichaam rechtvaardigt, indien er geen individuele aanwijzingen zijn waaruit kan vermoed worden dat de gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. Het is onwettig om stelselmatig een fouillering op het lichaam op te leggen bij een plaatsing in een beveiligde cel of strafcel, zonder dat het gedrag van de gedetineerde daartoe aanleiding geeft.
De beslissing tot fouillering op het lichaam van klager op 21 november 2023 is om deze redenen onwettig. De klachtencommissie leest geen enkele individuele aanwijzing op basis waarvan blijkt
dat klager in het bezit was van verboden of gevaarlijke substanties. Hij werd enkel en alleen gefouilleerd omdat hij in een veiligheidscel werd geplaatst.
Klacht 7 – over de BVM van 22 november 2023 – is ontvankelijk, maar ongegrond:
In voorliggende zaak oordeelde de directie dat er een gevaar voor de orde of veiligheid was. Op basis van de aanwijzingen die werden vermeld in de beslissing kon de directie naar het oordeel van de klachtencommissie wel degelijk besluiten dat er een gevaar voor de orde en veiligheid bestond. De BVM ten aanzien van klager was dan ook gerechtvaardigd. Klager betwist ook niet dat hij dingen kapot maakte en stelt zelf dat hij dit gedrag uit frustratie stelde. Klager werd spoedig gehoord. Voor de klachtencommissie is bovendien duidelijk dat de directie ten aanzien van klager niet gehandeld heeft met een repressief of bestraffend oogmerk. De BVM werd wel degelijk genomen vanuit veiligheidsoverwegingen, zowel ten aanzien van de personen aanwezig in de gevangenis als ten aanzien van klager zelf. De beslissing van de directie is niet onwettig of onredelijk. De klacht is ongegrond
De klachten gaan over:
1) Een volgens klager oneerlijk proces voor de KBM en de rechtbank van Kortrijk
2) Vermeende stalking door een personeelslid van de gevangenis van Gent
3) Iemand die ’s nachts lawaai maakt
4) Herstel van de ruiten voor onderhoud
5) Een “tuchtbeslissing” waar klager nog niets van gehoord heeft
6) Een beslissing tot fouillering op het lichaam van 21 november 2023
7) Een beslissing tot toepassing van een bijzondere veiligheidsmaatregel (“BVM”) ten aanzien van klager van 22 november 2023.
Klachten 1 tot en met 5 zijn niet-ontvankelijk:
Klager brengt deze klachten niet in verband met een beslissing die door of namens de directeur ten aanzien van hem werd genomen, noch met een verzuim van de directie om een beslissing te nemen.
Hoewel klager bovenaan de vijfde klacht aanduidt dat ze over een “tuchtbeslissing”’ gaat, vermeldt klager geen datum waarop de tuchtbeslissing werd genomen maar stelt hij dat hij “er nog niets over
heeft gehoord”. Ook verder blijkt uit het klachtenformulier niet of en welke tuchtbeslissing er zou zijn genomen. Klager heeft het in zijn klacht over het gegeven dat iemand in de gevangenis lawaai zou
maken met “de kleine deurtjes”.
Klacht 6 - over de beslissing tot fouillering op het lichaam van 21 november 2023 - is ontvankelijk en gegrond:
In de schriftelijke beslissing tot fouillering op het lichaam van klager van 21 november 2023 worden de volgende “individuele aanwijzingen” als motivering voor de fouille vermeld: “plaatsing veiligheidscel op vraag van de directie na spuwen naar personeel.” De klachtencommissie oordeelde al verschillende keren dat de plaatsing in een beveiligde cel of strafcel geen fouillering op het lichaam rechtvaardigt, indien er geen individuele aanwijzingen zijn waaruit kan vermoed worden dat de gedetineerde in het bezit is van voorwerpen of substanties die verboden of gevaarlijk kunnen zijn. Het is onwettig om stelselmatig een fouillering op het lichaam op te leggen bij een plaatsing in een beveiligde cel of strafcel, zonder dat het gedrag van de gedetineerde daartoe aanleiding geeft.
De beslissing tot fouillering op het lichaam van klager op 21 november 2023 is om deze redenen onwettig. De klachtencommissie leest geen enkele individuele aanwijzing op basis waarvan blijkt
dat klager in het bezit was van verboden of gevaarlijke substanties. Hij werd enkel en alleen gefouilleerd omdat hij in een veiligheidscel werd geplaatst.
Klacht 7 – over de BVM van 22 november 2023 – is ontvankelijk, maar ongegrond:
In voorliggende zaak oordeelde de directie dat er een gevaar voor de orde of veiligheid was. Op basis van de aanwijzingen die werden vermeld in de beslissing kon de directie naar het oordeel van de klachtencommissie wel degelijk besluiten dat er een gevaar voor de orde en veiligheid bestond. De BVM ten aanzien van klager was dan ook gerechtvaardigd. Klager betwist ook niet dat hij dingen kapot maakte en stelt zelf dat hij dit gedrag uit frustratie stelde. Klager werd spoedig gehoord. Voor de klachtencommissie is bovendien duidelijk dat de directie ten aanzien van klager niet gehandeld heeft met een repressief of bestraffend oogmerk. De BVM werd wel degelijk genomen vanuit veiligheidsoverwegingen, zowel ten aanzien van de personen aanwezig in de gevangenis als ten aanzien van klager zelf. De beslissing van de directie is niet onwettig of onredelijk. De klacht is ongegrond