KC09/23-0203
Non fondée
KC - Gent
Commission des plaintes
Autre décision directeur
ARBEID - VERTROUWENSFUNCTIE - MOTIVERING
De klacht is gericht tegen de beslissing van de directie van de gevangenis om klager niet toe te laten te werken als fatiek.
Volgens de directie is de klacht van klager niet-ontvankelijk omdat nog geen werkvoorstel voor hem werd opgemaakt en voorgelegd aan de directie. De klachtencommissie volgt dit standpunt niet. De bevoegdheid voor het toewijzen van arbeid aan gedetineerden die om arbeid verzocht hebben, berust bij de gevangenisdirectie. Tijdens de hoorzitting van de klachtencommissie is komen vast te staan dat klager als fatiek wou werken, dat de directie hiervan op de hoogte was en dat de directie dit voorstel weigerde wegens de tuchthistoriek van klager. De klacht is dus wel degelijk ontvankelijk.
De bestreden beslissing betreft in dit geval de weigering van de werkaanvraag van klager tot het uitoefenen van een (vertrouwens)functie als fatiek. Deze beslissing werd enkel mondeling aan klager meegedeeld. De Basiswet bepaalt dat de gedetineerde het recht heeft om deel te nemen aan de in de gevangenis beschikbare arbeid. Het is de directeur die instaat voor de toewijzing van deze beschikbare arbeid aan een gedetineerde die om arbeid verzocht heeft. De directeur oordeelt dus in beginsel vrij over de geschiktheid van de gedetineerde voor diens tewerkstelling op een bepaalde werkplaats of in een bepaalde (vertrouwens)functie, daarin begrensd door de wettelijke vereisten van wettigheid, redelijkheid en billijkheid.
De klachtencommissie wijst op artikel 8, §1 van de Basiswet, waaruit de verplichting voor de gevangenisdirectie volgt om alle beslissingen die zij in het kader van de Basiswet neemt, te motiveren. Het is belangrijk dat de gedetineerde op basis van de gegeven motivatie begrijpt wat de beslissing inhoudt en waarom deze werd genomen. De motiveringsplicht zoals voorzien in artikel 8, §1 vereist niet dat er een schriftelijke neerslag van de beslissing moet zijn.
Waar klager in zijn schriftelijke klacht stelt dat hem een vertrouwensfunctie wordt geweigerd om onbepaalde redenen, geeft hij tijdens de hoorzitting van de klachtencommissie zelf aan dat, toen hij vroeg om als fatiek te werken, de directeur zei dat hij niet in aanmerking kwam omwille van het feit dat hij onder tucht zat en dat hij een gevaar was. Ook de advocaat vulde tijdens de hoorzitting aan dat aan klager werd meegedeeld dat hij geen fatiek mocht worden omwille van zijn tuchtregister. De directie stelde klager dus wel degelijk in kennis van de motieven om hem (voorlopig) geen vertrouwensfunctie als fatiek toe te kennen. Klager bevestigde tijdens de hoorzitting van de klachtencommissie dat hij op de hoogte was van de reden. De directie heeft haar motiveringsplicht dus niet geschonden. De beslissing is niet onwettig. De klachtencommissie acht het bovendien niet onredelijk dat aan klager (nog) geen vertrouwensfunctie werd toegekend. Klager stelt zelf ook niet dat hij het onredelijk vindt dat hij (nog) geen vertrouwensfunctie krijgt. Klager kan desgewenst een gewone werkfunctie aanvragen.
De klacht is ongegrond.
De klacht is gericht tegen de beslissing van de directie van de gevangenis om klager niet toe te laten te werken als fatiek.
Volgens de directie is de klacht van klager niet-ontvankelijk omdat nog geen werkvoorstel voor hem werd opgemaakt en voorgelegd aan de directie. De klachtencommissie volgt dit standpunt niet. De bevoegdheid voor het toewijzen van arbeid aan gedetineerden die om arbeid verzocht hebben, berust bij de gevangenisdirectie. Tijdens de hoorzitting van de klachtencommissie is komen vast te staan dat klager als fatiek wou werken, dat de directie hiervan op de hoogte was en dat de directie dit voorstel weigerde wegens de tuchthistoriek van klager. De klacht is dus wel degelijk ontvankelijk.
De bestreden beslissing betreft in dit geval de weigering van de werkaanvraag van klager tot het uitoefenen van een (vertrouwens)functie als fatiek. Deze beslissing werd enkel mondeling aan klager meegedeeld. De Basiswet bepaalt dat de gedetineerde het recht heeft om deel te nemen aan de in de gevangenis beschikbare arbeid. Het is de directeur die instaat voor de toewijzing van deze beschikbare arbeid aan een gedetineerde die om arbeid verzocht heeft. De directeur oordeelt dus in beginsel vrij over de geschiktheid van de gedetineerde voor diens tewerkstelling op een bepaalde werkplaats of in een bepaalde (vertrouwens)functie, daarin begrensd door de wettelijke vereisten van wettigheid, redelijkheid en billijkheid.
De klachtencommissie wijst op artikel 8, §1 van de Basiswet, waaruit de verplichting voor de gevangenisdirectie volgt om alle beslissingen die zij in het kader van de Basiswet neemt, te motiveren. Het is belangrijk dat de gedetineerde op basis van de gegeven motivatie begrijpt wat de beslissing inhoudt en waarom deze werd genomen. De motiveringsplicht zoals voorzien in artikel 8, §1 vereist niet dat er een schriftelijke neerslag van de beslissing moet zijn.
Waar klager in zijn schriftelijke klacht stelt dat hem een vertrouwensfunctie wordt geweigerd om onbepaalde redenen, geeft hij tijdens de hoorzitting van de klachtencommissie zelf aan dat, toen hij vroeg om als fatiek te werken, de directeur zei dat hij niet in aanmerking kwam omwille van het feit dat hij onder tucht zat en dat hij een gevaar was. Ook de advocaat vulde tijdens de hoorzitting aan dat aan klager werd meegedeeld dat hij geen fatiek mocht worden omwille van zijn tuchtregister. De directie stelde klager dus wel degelijk in kennis van de motieven om hem (voorlopig) geen vertrouwensfunctie als fatiek toe te kennen. Klager bevestigde tijdens de hoorzitting van de klachtencommissie dat hij op de hoogte was van de reden. De directie heeft haar motiveringsplicht dus niet geschonden. De beslissing is niet onwettig. De klachtencommissie acht het bovendien niet onredelijk dat aan klager (nog) geen vertrouwensfunctie werd toegekend. Klager stelt zelf ook niet dat hij het onredelijk vindt dat hij (nog) geen vertrouwensfunctie krijgt. Klager kan desgewenst een gewone werkfunctie aanvragen.
De klacht is ongegrond.