TUCHT - SANCTIE
De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd omdat hij gebruik maakte van een doorgeeflint (voor het doorgeven van sigaretten) en in het bezit was van een tondeuze die niet van hem was.
De feiten zijn bewezen. De feiten m.b.t. het doorgeeflint gaf klager toe. Voor de tondeuze gaf klager geen aannemelijke verklaring van hoe deze in zijn bezit was gekomen.
De klacht betreft verder enkel de strafmaat.
De sanctie die werd opgelegd in de bestreden tuchtbeslissing is 14 dagen ATV op een reeds lopende sanctie. De reeds lopende sanctie was ook een sanctie van 14 dagen ATV.
Dit betekent dat hij 41 dagen doorlopend onder ATV zat. De wettelijke limiet is dus niet overtreden. De tuchtbeslissing is niet onwettig.
De opgelegde tuchtsanctie van 14 dagen ATV is naar het oordeel van de klachtencommissie inderdaad zwaar. Gelet op het tuchtrechtelijk verleden van klager en de verwijzing naar recidive is ze echter niet onredelijk. Klager maakt niet aannemelijk dat de beslissing van de directie was ingegeven door rancune vanwege een eerdere klacht die werd ingediend bij de klachtencommissie.
De klacht is ongegrond.
De klacht is gericht tegen een tuchtbeslissing van de directie van de gevangenis. Klager werd tuchtrechtelijk gesanctioneerd omdat hij gebruik maakte van een doorgeeflint (voor het doorgeven van sigaretten) en in het bezit was van een tondeuze die niet van hem was.
De feiten zijn bewezen. De feiten m.b.t. het doorgeeflint gaf klager toe. Voor de tondeuze gaf klager geen aannemelijke verklaring van hoe deze in zijn bezit was gekomen.
De klacht betreft verder enkel de strafmaat.
De sanctie die werd opgelegd in de bestreden tuchtbeslissing is 14 dagen ATV op een reeds lopende sanctie. De reeds lopende sanctie was ook een sanctie van 14 dagen ATV.
Dit betekent dat hij 41 dagen doorlopend onder ATV zat. De wettelijke limiet is dus niet overtreden. De tuchtbeslissing is niet onwettig.
De opgelegde tuchtsanctie van 14 dagen ATV is naar het oordeel van de klachtencommissie inderdaad zwaar. Gelet op het tuchtrechtelijk verleden van klager en de verwijzing naar recidive is ze echter niet onredelijk. Klager maakt niet aannemelijk dat de beslissing van de directie was ingegeven door rancune vanwege een eerdere klacht die werd ingediend bij de klachtencommissie.
De klacht is ongegrond.